Taal en woordenschat

Praatplaten om te printen, met vragen per niveau

Een praatplaat is een grote, drukke tekening van een herkenbare situatie waar je samen met een kind over praat. Je gebruikt hem om woorden te leren en zinnen te oefenen. Hieronder vind je gratis praatplaten per seizoen en per thema, elk met woorden, zes vragen van makkelijk naar moeilijk en een printversie op A4.

Bijgewerkt op

Twee handen houden in een keuken een gelamineerde kaart vast met een foto van een blauw-wit gestreepte beker. Op de achtergrond staan een aanrecht met afwas en een oven.

Wat is een praatplaat?

Een praatplaat is een tekening of foto van een situatie die kinderen kennen: de supermarkt, het strand, de speeltuin of een verjaardag. Op de plaat gebeurt van alles. Er staan mensen, dieren en voorwerpen op, en ze zijn met iets bezig. Juist daardoor is er veel om over te praten.

Logopedisten, leerkrachten in groep 1 en 2, pedagogisch medewerkers in de voorschool en begeleiders op een kinderdagcentrum gebruiken praatplaten om woordenschat en zinsbouw te oefenen. Ook bij NT2, Nederlands als tweede taal, zijn praatplaten een vast hulpmiddel. Ouders kunnen er thuis net zo goed mee aan de slag.

Een goede praatplaat sluit aan bij het thema van de week of het seizoen. Dan komen dezelfde woorden terug in de klas, in het boek en op het plein. Dat herhalen is wat woorden laat beklijven.

Alle praatplaten om gratis te printen

Elke plaat hieronder is getekend voor kinderen van ongeveer 2 tot 6 jaar, met grote, duidelijke dingen en mensen die iets doen. Bij elke plaat staan de kernwoorden en zes vragen, van aanwijzen tot waarom. Met de printknop krijg je twee A4-vellen liggend: de plaat, en de woorden en vragen voor jezelf.

Kies een seizoen voor je thema van de week, of een alledaags thema dat kinderen kennen: een verjaardag, de speeltuin, de supermarkt, de dierentuin of de klas.

Zo gebruik je een praatplaat: vijf treden

Een praatplaat werkt het best als je opbouwt van makkelijk naar moeilijk. Een kind dat nog weinig zegt, kan al wel aanwijzen. Een kind dat losse woorden zegt, kan leren benoemen. Die volgorde past ook goed bij kinderen met autisme of LVB, omdat elke stap klein en duidelijk is. Zie de treden als steun, niet als vaste regel. Benoem gerust ook al woorden en zinnen van een hogere trede, je kind hoeft niet eerst te kunnen aanwijzen. En een antwoord mag ook een gebaar, een pictogram of een spraakcomputer zijn.

  1. 1Kijken en aanwijzenJij noemt een woord, het kind wijst het aan. “Waar is de hond?” Het kind hoeft nog niets te zeggen.
  2. 2BenoemenJij wijst iets aan, het kind zegt het woord. “Wat is dit?” “Een bal.” Zegt het kind het niet, zeg het dan zelf en wijs nog eens.
  3. 3Wie doet watVraag naar handelingen. “Wat doet het meisje?” “Fietsen.” Werkwoorden zijn een belangrijke stap richting zinnen.
  4. 4Korte zinnenHelp het kind woorden te combineren. “Het meisje fietst.” Herhaal de zin van het kind en maak hem een beetje langer: “Ja, het meisje fietst naar school.”
  5. 5VertellenLaat het kind vertellen wat er gebeurt, wat er straks gebeurt of waarom. “Waarom heeft het meisje een paraplu?” Dit is voor veel jonge kinderen nog moeilijk, en dat is normaal.

Vragen per niveau

Bij de herfstplaat staan vragen van makkelijk naar moeilijk. Bij elke andere plaat vind je dezelfde zes niveaus, met vragen over die plaat. De vraag die je stelt, bepaalt hoe moeilijk de opdracht is. Waar-vragen zijn het makkelijkst, want het kind kan aanwijzen. Waarom-vragen zijn het moeilijkst, want het kind moet verbanden leggen die niet op de plaat staan.

Print de herfstplaat met woorden en vragen
Praatplaat herfst: een boom met oranje bladeren, een egel in een bladerhoop, drie paddenstoelen, een jongen die in een plas springt, een meisje met rode laarzen en een gele paraplu, en een donkere wolk die eraan komt.
Een praatplaat over de herfst.
  • Niveau 1

    Soort vraag
    Aanwijzen
    Vraag bij de herfstplaat
    Waar is de paddenstoel?
  • Niveau 2

    Soort vraag
    Benoemen
    Vraag bij de herfstplaat
    Wat is dit? (een egel)
  • Niveau 3

    Soort vraag
    Wie doet wat
    Vraag bij de herfstplaat
    Wat doet de jongen? (hij springt in de plas)
  • Niveau 4

    Soort vraag
    Welke en hoeveel
    Vraag bij de herfstplaat
    Welke kleur heeft de paraplu? Hoeveel paddenstoelen zie je?
  • Niveau 5

    Soort vraag
    Wat gebeurt er straks
    Vraag bij de herfstplaat
    Er komt een donkere wolk aan. Wat gebeurt er straks?
  • Niveau 6

    Soort vraag
    Waarom
    Vraag bij de herfstplaat
    Waarom heeft het meisje laarzen aan?
Vragen bij de herfstplaat, van makkelijk naar moeilijk
NiveauSoort vraagVraag bij de herfstplaat
1AanwijzenWaar is de paddenstoel?
2BenoemenWat is dit? (een egel)
3Wie doet watWat doet de jongen? (hij springt in de plas)
4Welke en hoeveelWelke kleur heeft de paraplu? Hoeveel paddenstoelen zie je?
5Wat gebeurt er straksEr komt een donkere wolk aan. Wat gebeurt er straks?
6WaaromWaarom heeft het meisje laarzen aan?
Vragen bij de herfstplaat, van makkelijk naar moeilijk. Elk kind ontwikkelt zich in een eigen tempo. Het niveau zegt iets over de vraag, niet over de leeftijd van het kind.

Praatplaten per seizoen en per thema

In de meeste kleuterklassen en voorscholen loopt het jaar langs vaste thema's. Kies per thema eerst vijf tot tien kernwoorden. Gebruik die woorden de hele week, op de praatplaat, in een prentenboek en tijdens het spelen.

Voor elk seizoen en elk thema hieronder is er een plaat om te printen. Je kunt de kernwoorden ook gebruiken bij een plaat uit je eigen methode, een prentenboek of een foto van een uitstapje.

  • Herfst: blad, boom, paddenstoel, egel, plas, paraplu, laarzen, jas, wolk, springen, vallen. Breid uit met kastanje, eikel, eekhoorn, regen en wind.
  • Winter: sneeuw, sneeuwpop, muts, sjaal, wanten, sneeuwbal, slee, ijs, schaatsen, vogel, voederhuisje, warme chocolademelk, koud.
  • Lente: tulp, bloesem, nest, ei, vogel, lammetje, schaap, kip, kuiken, vlinder, bij, kikkervisje, gieter, groeien.
  • Zomer: strand, zand, zee, emmer, schep, zandkasteel, schelp, krab, ijsje, parasol, zonnebril, zonnebrandcrème, smelten.
  • Verjaardag: taart, kaarsjes, ballon, slinger, cadeautje, feesthoedje, limonade, jarig, zingen, klappen, uitblazen.
  • Speeltuin: glijbaan, schommel, wip, zandbak, klimrek, bal, bank, plas, pleister, glijden, schommelen.
  • Supermarkt: winkelwagen, mand, kassa, weegschaal, lopende band, appel, banaan, peer, brood, melk, kaas, wegen, betalen.
  • Dierentuin: olifant, giraf, leeuw, aap, zebra, pinguïn, dierenverzorger, vis, emmer, slapen, spuiten, duiken.
  • School: juf, kring, stoel, boek, blokken, toren, ezel, jas, tas, wasbak, klok, voorlezen, schilderen.

Praatplaten voor peuters, kleuters en NT2

Voor peuters kies je een rustige plaat met grote, bekende dingen: een bal, een poes, een auto, een beker. Peuters leren vooral door aanwijzen en benoemen. Houd het kort, een paar minuten is genoeg. Stop terwijl het nog leuk is.

Kleuters in groep 1 en 2 kunnen meer aan. Een plaat met meerdere personen die iets doen, nodigt uit tot zinnen en vertellen. Laat kinderen ook elkaar vragen stellen over de plaat, of laat ze iets op de plaat zoeken en aan de groep laten zien.

Bij NT2 helpt een praatplaat om woorden te leren die thuis niet in het Nederlands worden gebruikt. Benoem eerst de dagelijkse woorden, zoals jas, eten en buiten. Gebruik veel gebaren en herhaling. Ouders kunnen thuis in hun eigen taal over dezelfde plaat praten. Dat helpt de taalontwikkeling ook.

Een gelamineerde kaart met een foto van een rode appel op een houten tafel, met daarachter een schaal met echte appels, mandarijnen en bananen.
Koppel het woord op de plaat aan het echte ding. Dat maakt het woord concreet.

Praatplaten bij autisme

Een gewone praatplaat kan voor een kind met autisme te druk zijn. Er gebeurt te veel tegelijk en het kind weet niet waar het moet kijken. Soms blijft het hangen bij één klein detail. Dat betekent niet dat praatplaten niet werken. Het vraagt om een andere opbouw.

  • Begin met losse plaatjes. Eén voorwerp per kaart, op een witte achtergrond.
  • Ga daarna naar een eenvoudige plaat met twee of drie dingen.
  • Kies een visueel rustige plaat met weinig details en duidelijke kleuren.
  • Dek een deel van de plaat af met een vel papier, en laat alleen zien waar je over praat.
  • Gebruik steeds dezelfde vraag in dezelfde woorden, zeker in het begin.
  • Sluit aan bij wat het kind interesseert. Houdt het van treinen, begin dan bij de trein op de plaat.
Een open bewaardoos vol gelamineerde plaatjeskaarten van fruit, dieren en voorwerpen op een houten keukentafel, met een lamineerapparaat en een schaar.
Losse plaatjeskaarten zijn voor veel kinderen met autisme een goede eerste stap.

Interactieve praatplaten: digitaal of op papier?

Interactieve praatplaten zijn digitale platen op een digibord of tablet. Tikt een kind op een voorwerp, dan hoort het het woord of gebeurt er iets. Dat maakt het aantrekkelijk en kinderen kunnen er soms zelfstandig mee bezig zijn.

Papier heeft ook voordelen. Je kunt samen naar dezelfde plaat kijken, aanwijzen en praten. Er zijn geen geluiden of animaties die afleiden. Voor kinderen die snel overprikkeld raken, is een papieren plaat vaak rustiger.

Kies wat past bij het doel. Gaat het om samen praten en vertellen, dan werkt papier vaak goed. Gaat het om veel herhalen van woorden, dan kan een digitale vorm helpen. Let er bij digitaal op dat er niet te veel tegelijk beweegt of klinkt.

Een kinderhand boven een tablet met een getekende koe en de vraag “Welke kleur is de koe?”, met de antwoordknoppen Zwart en Wit.

Oefenen met SuperChild

Na de praatplaat: woorden oefenen op de tablet

Een praatplaat is bij uitstek iets om samen te doen. SuperChild is een app op de tablet waarmee jonge kinderen met autisme, LVB of een ontwikkelingsachterstand zelfstandig oefenen, bijvoorbeeld met woorden en vragen, in korte sessies van 5 tot 20 minuten. Een AI-coach begeleidt het kind en elke oefening wordt automatisch vastgelegd.

Jij kiest de trainingen en houdt het overzicht. De trainingen zijn gebouwd vanuit de VB-MAPP en de ABLLS-R, met per training eerst aanleren, dan generaliseren en tot slot toetsen. SuperChild vervangt jou niet. Het geeft je meer tijd voor het samen praten, en meer zicht op wat een kind al begrijpt.

Plan een demo van 30 minuten
Een kind tikt op een tablet tijdens het oefenen

Veelgestelde vragen

Waar vind ik gratis praatplaten om te printen?
Op deze pagina staan gratis praatplaten voor herfst, winter, lente en zomer, en voor thema's als verjaardag, speeltuin, supermarkt, dierentuin en school. Elke plaat print je op A4 liggend, met een tweede vel met kernwoorden en zes vragen van makkelijk naar moeilijk. Een account of e-mailadres is niet nodig.
Wat is een praatplaat?
Een praatplaat is een grote tekening of foto van een herkenbare situatie, zoals de supermarkt of het strand. Je praat er samen met een kind over om woorden en zinnen te oefenen. Praatplaten worden veel gebruikt door logopedisten, leerkrachten in groep 1 en 2 en bij NT2.
Hoe gebruik je een praatplaat met een kleuter?
Begin met aanwijzen (“Waar is de hond?”), ga dan naar benoemen (“Wat is dit?”) en vraag daarna wat iemand doet. Help het kind korte zinnen te maken door zijn zin te herhalen en iets langer te maken. Vertellen en waarom-vragen komen als laatste.
Welke woorden passen bij een praatplaat over de herfst?
Goede herfstwoorden zijn blad, boom, paddenstoel, kastanje, eikel, egel, eekhoorn, regen, paraplu, laarzen, plas en wind. Kies er vijf tot tien en gebruik ze de hele week, op de plaat, in een prentenboek en tijdens het spelen.
Zijn praatplaten geschikt voor kinderen met autisme?
Ja, als je de opbouw aanpast. Begin met losse plaatjes van één voorwerp, ga dan naar een eenvoudige plaat en kies een visueel rustige plaat met weinig details. Dek eventueel een deel van de plaat af, zodat het kind weet waar het moet kijken.
Hoe helpen praatplaten bij NT2?
Een praatplaat laat zien waar een woord voor staat, ook als een kind de taal nog niet goed kent. Begin met dagelijkse woorden en gebruik veel gebaren en herhaling. Ouders kunnen thuis in hun eigen taal over dezelfde plaat praten, want dat helpt de taalontwikkeling ook.
Zijn interactieve praatplaten beter dan papieren?
Niet per se. Een interactieve praatplaat op een tablet of digibord is goed voor veel herhalen van woorden. Een papieren plaat is vaak rustiger en werkt goed om samen te praten en te vertellen. Kies wat past bij het doel en bij het kind.

Voor professionals

Zie hoe SuperChild past bij jouw doelen.

In een online demo van 30 minuten laten we zien hoe kinderen zelfstandig oefenen en wat jij terugziet.