Wat is de VB-MAPP?
De VB-MAPP is een criteriumgericht instrument uit de toegepaste gedragsanalyse (ABA). Het is gebaseerd op de analyse van verbaal gedrag van B.F. Skinner en op typische ontwikkelingsmijlpalen. Mark Sundberg publiceerde de eerste versie in 2008. Het instrument wordt veel gebruikt bij jonge kinderen met autisme, maar ook bij kinderen met een andere taal- of ontwikkelingsachterstand.
De kern is simpel: je brengt in kaart wat een kind al kan, wat er in de weg zit en wat de logische volgende stap is. De VB-MAPP bestaat uit vijf onderdelen die op elkaar aansluiten.
- Mijlpalen (Milestones Assessment): 170 meetbare vaardigheden, verdeeld over drie niveaus en zestien domeinen.
- Barrières (Barriers Assessment): 24 leer- en taalbarrières die het leren afremmen, zoals prompt-afhankelijkheid of moeite met generaliseren.
- Transitie (Transition Assessment): 18 gebieden die helpen bij de vraag of een kind klaar is voor een minder intensieve of meer reguliere leeromgeving.
- Taakanalyse (Task Analysis and Skills Tracking): ongeveer 900 tussenstappen die de mijlpalen opdelen in kleinere doelen.
- Plaatsing en doelen (Placement and IEP Goals): richtlijnen om van de scores naar een programma en concrete leerdoelen te gaan.
Drie niveaus en zestien domeinen
De 170 mijlpalen zijn verdeeld over drie niveaus die aansluiten bij de typische ontwikkeling. Per domein en per niveau zijn er vijf mijlpalen. Niet elk domein komt op elk niveau terug: lezen, schrijven en rekenen zitten pas in niveau 3, spontane vocalisaties alleen in niveau 1.
De Engelse domeinnamen kom je in de praktijk ook in Nederlandse verslagen tegen, zoals mand (vragen), tact (benoemen) en intraverbaal gedrag (reageren op wat een ander zegt, zoals vragen beantwoorden).
Niveau 1
- Ontwikkelingsleeftijd
- 0 tot 18 maanden
- Domeinen
- Vragen (mand), benoemen (tact), luistervaardigheden, visuele perceptie en matchen, zelfstandig spel, sociaal gedrag en sociaal spel, motorische imitatie, nazeggen (echoïsch), spontane vocalisaties
- Mijlpalen
- 45
Niveau 2
- Ontwikkelingsleeftijd
- 18 tot 30 maanden
- Domeinen
- Vragen, benoemen, luistervaardigheden, visuele perceptie en matchen, zelfstandig spel, sociaal gedrag en sociaal spel, motorische imitatie, nazeggen, luisteren naar functie, kenmerk en categorie (LRFFC), intraverbaal gedrag, klasroutines en groepsvaardigheden, taalstructuur
- Mijlpalen
- 60
Niveau 3
- Ontwikkelingsleeftijd
- 30 tot 48 maanden
- Domeinen
- Vragen, benoemen, luistervaardigheden, visuele perceptie en matchen, zelfstandig spel, sociaal gedrag en sociaal spel, LRFFC, intraverbaal gedrag, klasroutines en groepsvaardigheden, taalstructuur, lezen, schrijven, rekenen
- Mijlpalen
- 65
| Niveau | Ontwikkelingsleeftijd | Domeinen | Mijlpalen |
|---|---|---|---|
| Niveau 1 | 0 tot 18 maanden | Vragen (mand), benoemen (tact), luistervaardigheden, visuele perceptie en matchen, zelfstandig spel, sociaal gedrag en sociaal spel, motorische imitatie, nazeggen (echoïsch), spontane vocalisaties | 45 |
| Niveau 2 | 18 tot 30 maanden | Vragen, benoemen, luistervaardigheden, visuele perceptie en matchen, zelfstandig spel, sociaal gedrag en sociaal spel, motorische imitatie, nazeggen, luisteren naar functie, kenmerk en categorie (LRFFC), intraverbaal gedrag, klasroutines en groepsvaardigheden, taalstructuur | 60 |
| Niveau 3 | 30 tot 48 maanden | Vragen, benoemen, luistervaardigheden, visuele perceptie en matchen, zelfstandig spel, sociaal gedrag en sociaal spel, LRFFC, intraverbaal gedrag, klasroutines en groepsvaardigheden, taalstructuur, lezen, schrijven, rekenen | 65 |
Barrières, transitie en taakanalyse
De mijlpalen laten zien wat een kind kan. De barrières laten zien waarom het leren soms vastloopt. Denk aan gedragsproblemen tijdens instructie, zwakke motivatoren, afhankelijkheid van hulp (prompts), zelfstimulatie of moeite met generaliseren. Een kind met hoge scores op benoemen maar sterke prompt-afhankelijkheid heeft een ander plan nodig dan een kind met dezelfde scores zonder die barrière.
De transitie-afname helpt bij een vraag die in Nederland en Vlaanderen vaak speelt: is dit kind klaar voor een groep, voor een school voor speciaal onderwijs of voor regulier onderwijs? Je kijkt daarbij niet alleen naar de mijlpalen, maar ook naar zelfredzaamheid, gedrag in een groep en hoe snel een kind nieuwe dingen leert.
De taakanalyse gebruik je in het dagelijkse programma het meest. Een mijlpaal als “benoemt 50 voorwerpen” is te groot om in één keer te oefenen. In de taakanalyse staan de tussenstappen, zodat je kleine doelen kunt kiezen die binnen een paar weken haalbaar zijn.
VB-MAPP en ABA-therapie in Nederland en Vlaanderen
ABA-therapie (Applied Behavior Analysis, toegepaste gedragsanalyse) is een manier van werken waarbij je gedrag en vaardigheden systematisch aanleert in kleine stappen, met bekrachtiging en met data. De VB-MAPP is binnen ABA een veelgebruikt instrument om te bepalen waar je begint en welke doelen je kiest.
In Nederland en Vlaanderen wordt de VB-MAPP vooral gebruikt door gedragsanalisten, waaronder BCBA's, door ABA-praktijken en door orthopedagogen en gedragswetenschappers die met jonge kinderen met autisme werken. Je komt het ook tegen in sommige kinderdagcentra, behandelgroepen en scholen voor speciaal of buitengewoon onderwijs.
Wil je de VB-MAPP gebruiken, volg dan een training bij een ervaren trainer. Het scoren vraagt kennis van verbaal gedrag en goede afspraken over wat wel en niet telt. Of er een officiële Nederlandstalige versie is en welke editie je mag gebruiken, vraag je na bij de uitgever of bij een erkende VB-MAPP-trainer.
VB-MAPP, ABLLS-R en andere instrumenten
De VB-MAPP staat niet alleen. In de praktijk combineer je hem vaak met andere instrumenten, elk met een eigen doel. Belangrijk om te weten: de VB-MAPP is niet genormeerd en stelt geen diagnose. Hij laat zien wat een kind kan en wat de volgende stap is.
VB-MAPP
- Wat het in kaart brengt
- Taal-, leer- en sociale vaardigheden in mijlpalen van 0 tot 48 maanden, plus barrières en transitie
- Waarvoor je het gebruikt
- Beginpunt bepalen, doelen kiezen en voortgang volgen in een ABA-programma
ABLLS-R
- Wat het in kaart brengt
- Een groot aantal vaardigheden in fijne stappen, van taal tot zelfredzaamheid en schoolse vaardigheden
- Waarvoor je het gebruikt
- Een gedetailleerd curriculum en doelen voor de lange termijn, ook voorbij 4 jaar ontwikkelingsleeftijd
Vineland
- Wat het in kaart brengt
- Adaptief gedrag: communicatie, dagelijkse vaardigheden en sociale vaardigheden, vergeleken met leeftijdsgenoten
- Waarvoor je het gebruikt
- Het niveau van adaptief functioneren bepalen, bijvoorbeeld bij onderzoek naar een verstandelijke beperking
Bayley
- Wat het in kaart brengt
- Cognitieve, taal- en motorische ontwikkeling bij jonge kinderen, vergeleken met leeftijdsgenoten
- Waarvoor je het gebruikt
- Ontwikkelingsonderzoek door een psycholoog of orthopedagoog
ADOS-2
- Wat het in kaart brengt
- Sociale communicatie en gedrag dat past bij autisme
- Waarvoor je het gebruikt
- Onderdeel van diagnostiek naar autisme
| Instrument | Wat het in kaart brengt | Waarvoor je het gebruikt |
|---|---|---|
| VB-MAPP | Taal-, leer- en sociale vaardigheden in mijlpalen van 0 tot 48 maanden, plus barrières en transitie | Beginpunt bepalen, doelen kiezen en voortgang volgen in een ABA-programma |
| ABLLS-R | Een groot aantal vaardigheden in fijne stappen, van taal tot zelfredzaamheid en schoolse vaardigheden | Een gedetailleerd curriculum en doelen voor de lange termijn, ook voorbij 4 jaar ontwikkelingsleeftijd |
| Vineland | Adaptief gedrag: communicatie, dagelijkse vaardigheden en sociale vaardigheden, vergeleken met leeftijdsgenoten | Het niveau van adaptief functioneren bepalen, bijvoorbeeld bij onderzoek naar een verstandelijke beperking |
| Bayley | Cognitieve, taal- en motorische ontwikkeling bij jonge kinderen, vergeleken met leeftijdsgenoten | Ontwikkelingsonderzoek door een psycholoog of orthopedagoog |
| ADOS-2 | Sociale communicatie en gedrag dat past bij autisme | Onderdeel van diagnostiek naar autisme |
Van afname naar doelen naar dagelijks oefenen
Een goede afname is pas het begin. Het lastige deel komt daarna: zorgen dat de gekozen doelen ook echt elke dag geoefend worden, door iedereen op dezelfde manier, en dat je ziet of het werkt. Juist daar gaat het in de praktijk vaak mis, zeker op een groep met wisselende begeleiders.
- 1Neem de VB-MAPP afCombineer directe afname met observatie in de groep of thuis. Noteer niet alleen of een mijlpaal er is, maar ook onder welke omstandigheden.
- 2Kijk eerst naar de barrièresEen sterke barrière, zoals weinig motivatie of veel prompt-afhankelijkheid, bepaalt vaak meer dan de mijlpalen welke doelen haalbaar zijn.
- 3Kies een beperkt aantal doelenKies doelen uit de domeinen waar het kind het meeste aan heeft, vaak vragen, luistervaardigheden en imitatie. Liever een paar doelen die echt geoefend worden dan een lange lijst.
- 4Maak de doelen klein en meetbaarGebruik de taakanalyse om een mijlpaal op te delen. Spreek af wanneer een stap beheerst is, bijvoorbeeld drie sessies achter elkaar zonder hulp.
- 5Plan vaste oefenmomentenZet korte oefenmomenten in het dagritme van de groep. Leg in een stappenplan vast welke instructie, materialen en bekrachtiging je gebruikt, zodat elke begeleider hetzelfde doet.
- 6Registreer elke oefeningZonder data weet je niet of een doel vooruitgaat. Een turflijst werkt, maar wordt in een drukke groep vaak vergeten of pas aan het eind van de dag ingevuld.
- 7Generaliseer en evalueerOefen een beheerste vaardigheid met andere materialen, andere mensen en op andere plekken. Herhaal de afname periodiek, bijvoorbeeld bij elke evaluatie van het behandelplan.

Wat je terugziet in de scores
Het scoreformulier van de VB-MAPP geeft in één beeld weer hoe een kind ervoor staat. Je ziet direct waar het profiel scheef loopt. Een veelvoorkomend beeld bij jonge kinderen met autisme: benoemen en matchen lopen voor, terwijl vragen, intraverbaal gedrag en sociaal spel achterblijven.
Leg je twee afnames naast elkaar, dan zie je welke domeinen vooruitgaan en waar het stilstaat. Staat een domein stil terwijl er wel doelen voor liepen, kijk dan eerst naar de barrières en naar hoe vaak er echt geoefend is. Vaak ligt het niet aan het doel, maar aan de hoeveelheid en de kwaliteit van het oefenen.
Voor ouders is het scoreformulier ook een goed gespreksmiddel. Laat zien wat er bij is gekomen en leg uit welke doelen nu aan de beurt zijn en waarom.

