LVB bij kinderen

Wat is LVB bij kinderen? Betekenis, kenmerken en hoe je helpt

LVB staat voor licht verstandelijke beperking: een IQ van ongeveer 50 tot 70 én duidelijke beperkingen in het adaptief functioneren, zoals zich redden in het dagelijks leven en omgaan met anderen. In Nederland vallen ook kinderen die zwakbegaafd zijn (IQ ongeveer 70 tot 85) onder LVB als ze daarnaast flinke problemen hebben. Het IQ alleen beslist nooit: volgens de DSM-5 bepaalt het adaptief functioneren hoe ernstig de beperking is.

Bijgewerkt op

Twee handen houden een gelamineerde fotokaart van een blauw-wit gestreepte beker vast, aan een keukentafel.

LVB betekenis: wat is een licht verstandelijke beperking?

Een verstandelijke beperking heet in de DSM-5 een verstandelijke ontwikkelingsstoornis. Er zijn drie voorwaarden. Het kind heeft duidelijke beperkingen in het denken, zoals redeneren, problemen oplossen, plannen en abstract denken. Het heeft ook duidelijke beperkingen in het adaptief functioneren: hoe goed het zich redt vergeleken met leeftijdgenoten, thuis, op school en met anderen. En die beperkingen zijn ontstaan tijdens de ontwikkeling, dus in de kindertijd.

De ernst (licht, matig, ernstig of zeer ernstig) bepaal je volgens de DSM-5 aan de hand van het adaptief functioneren, niet aan de hand van het IQ alleen. Een kind met een IQ van 72 dat zich slecht redt, kan dus meer ondersteuning nodig hebben dan een kind met een IQ van 65 dat zich goed redt.

In Nederland gebruiken we LVB breder dan de DSM-5. Kinderen en volwassenen met een IQ tussen ongeveer 70 en 85 die daarnaast ernstige bijkomende problemen hebben, zoals moeite met de sociale redzaamheid, gedragsproblemen of een moeilijke thuissituatie, krijgen vaak ook LVB-zorg. Daarom hoor je in de jeugdhulp en het onderwijs de term LVB-problematiek: het gaat om de combinatie van beperkte verstandelijke mogelijkheden en problemen in het dagelijks leven.

In Vlaanderen spreek je meestal gewoon van een licht verstandelijke beperking. De afkorting LVB is daar minder gangbaar, en zwakbegaafdheid valt er niet onder. Ondersteuning voor personen met een handicap loopt in Vlaanderen via het VAPH.

Het woord LVB'er hoor je vaak, maar veel mensen vinden het een etiket. Spreek liever over een kind met een LVB. Het kind is meer dan zijn beperking.

Welk IQ hoort bij LVB?

Een IQ-score van 100 is gemiddeld. Ongeveer twee op de drie mensen scoren tussen 85 en 115. Bij een verstandelijke beperking ligt het IQ ongeveer twee standaarddeviaties onder het gemiddelde, dus rond 70 of lager. De grenzen zijn niet scherp: elke IQ-score heeft een meetmarge van een paar punten.

LVB in Nederland
IQ 100 is gemiddeld. In Nederland valt ook zwakbegaafdheid onder LVB als er bijkomende problemen zijn. De grenzen zijn niet scherp.
  • Zwakbegaafd

    IQ (ongeveer)
    70 tot 85
    Wat je vaak ziet bij kinderen
    Leert langzamer dan klasgenoten, vooral bij abstracte stof. Geen verstandelijke beperking volgens de DSM-5, wel vaak extra ondersteuning nodig. In Nederland LVB-zorg bij bijkomende problemen.
  • Licht verstandelijk beperkt

    IQ (ongeveer)
    50 tot 70
    Wat je vaak ziet bij kinderen
    Leert praten en vaak lezen en rekenen tot ongeveer het niveau van groep 5 of 6 (in Vlaanderen het 3de of 4de leerjaar). Heeft hulp nodig bij plannen, geld, tijd en sociale situaties. Wordt vaak overschat.
  • Matig verstandelijk beperkt

    IQ (ongeveer)
    35 tot 50
    Wat je vaak ziet bij kinderen
    Leert zich redden met eenvoudige taal en vaste routines. Lezen en rekenen blijven beperkt. Heeft blijvend begeleiding nodig.
  • Ernstig verstandelijk beperkt

    IQ (ongeveer)
    20 tot 35
    Wat je vaak ziet bij kinderen
    Weinig of geen gesproken taal, communiceert vaak met gebaren, voorwerpen of plaatjes. Heeft bij de meeste dagelijkse dingen hulp nodig.
  • Zeer ernstig verstandelijk beperkt

    IQ (ongeveer)
    onder 20
    Wat je vaak ziet bij kinderen
    Communiceert vooral met lichaamstaal en geluiden. Vaak ook lichamelijke beperkingen. Heeft voortdurend zorg nodig.
Niveaus van verstandelijk functioneren, met het IQ als richtlijn
NiveauIQ (ongeveer)Wat je vaak ziet bij kinderen
Zwakbegaafd70 tot 85Leert langzamer dan klasgenoten, vooral bij abstracte stof. Geen verstandelijke beperking volgens de DSM-5, wel vaak extra ondersteuning nodig. In Nederland LVB-zorg bij bijkomende problemen.
Licht verstandelijk beperkt50 tot 70Leert praten en vaak lezen en rekenen tot ongeveer het niveau van groep 5 of 6 (in Vlaanderen het 3de of 4de leerjaar). Heeft hulp nodig bij plannen, geld, tijd en sociale situaties. Wordt vaak overschat.
Matig verstandelijk beperkt35 tot 50Leert zich redden met eenvoudige taal en vaste routines. Lezen en rekenen blijven beperkt. Heeft blijvend begeleiding nodig.
Ernstig verstandelijk beperkt20 tot 35Weinig of geen gesproken taal, communiceert vaak met gebaren, voorwerpen of plaatjes. Heeft bij de meeste dagelijkse dingen hulp nodig.
Zeer ernstig verstandelijk beperktonder 20Communiceert vooral met lichaamstaal en geluiden. Vaak ook lichamelijke beperkingen. Heeft voortdurend zorg nodig.
Niveaus van verstandelijk functioneren, met het IQ als richtlijn. Het IQ is een richtlijn, nooit het hele verhaal. Volgens de DSM-5 bepaalt het adaptief functioneren de ernst. Bij kinderen jonger dan 5 jaar is een IQ vaak nog niet betrouwbaar te meten. Dan spreek je van een ontwikkelingsachterstand, of van een globale ontwikkelingsachterstand als een kind op meerdere gebieden achterloopt.

Kenmerken van LVB bij kinderen

Een LVB zie je meestal niet aan de buitenkant. De signalen verschillen per leeftijd. Bij jonge kinderen valt vooral op dat de ontwikkeling op meerdere gebieden langzamer gaat. Bij schoolkinderen gaat het meer om leren, begrijpen en meedoen met leeftijdgenoten.

  • Leren

    Jonge kinderen (tot ongeveer 6 jaar)
    Leert nieuwe dingen langzamer en heeft veel meer herhaling nodig. Speelt op een jonger niveau dan leeftijdgenoten.
    Schoolkinderen
    Loopt achter met lezen, spellen en vooral rekenen. Vergeet wat gisteren nog lukte. Wat in de klas lukt, lukt thuis nog niet.
  • Taal

    Jonge kinderen (tot ongeveer 6 jaar)
    Gaat later praten, gebruikt korte zinnen en begrijpt lange zinnen niet.
    Schoolkinderen
    Praat soms vlot, maar begrijpt minder dan het lijkt. Moeite met abstracte woorden als straks, eerlijk of misschien.
  • Sociaal

    Jonge kinderen (tot ongeveer 6 jaar)
    Speelt liever naast dan met andere kinderen. Begrijpt spelregels nog niet.
    Schoolkinderen
    Snapt grapjes, ironie en bedoelingen van anderen slecht. Wordt makkelijk meegenomen of gepest. Speelt vaak met jongere kinderen.
  • Zelfredzaamheid

    Jonge kinderen (tot ongeveer 6 jaar)
    Is later met zindelijkheid, zelf eten en aankleden.
    Schoolkinderen
    Heeft moeite met klokkijken, geld, plannen en zich aan afspraken houden.
  • Emotie en gedrag

    Jonge kinderen (tot ongeveer 6 jaar)
    Raakt snel overprikkeld bij veranderingen. Huilt of wordt boos als iets niet lukt.
    Schoolkinderen
    Raakt gefrustreerd als het overvraagd wordt. Kan zich slecht inleven en de gevolgen van gedrag overzien.
Kenmerken van LVB bij jonge kinderen en bij schoolkinderen
GebiedJonge kinderen (tot ongeveer 6 jaar)Schoolkinderen
LerenLeert nieuwe dingen langzamer en heeft veel meer herhaling nodig. Speelt op een jonger niveau dan leeftijdgenoten.Loopt achter met lezen, spellen en vooral rekenen. Vergeet wat gisteren nog lukte. Wat in de klas lukt, lukt thuis nog niet.
TaalGaat later praten, gebruikt korte zinnen en begrijpt lange zinnen niet.Praat soms vlot, maar begrijpt minder dan het lijkt. Moeite met abstracte woorden als straks, eerlijk of misschien.
SociaalSpeelt liever naast dan met andere kinderen. Begrijpt spelregels nog niet.Snapt grapjes, ironie en bedoelingen van anderen slecht. Wordt makkelijk meegenomen of gepest. Speelt vaak met jongere kinderen.
ZelfredzaamheidIs later met zindelijkheid, zelf eten en aankleden.Heeft moeite met klokkijken, geld, plannen en zich aan afspraken houden.
Emotie en gedragRaakt snel overprikkeld bij veranderingen. Huilt of wordt boos als iets niet lukt.Raakt gefrustreerd als het overvraagd wordt. Kan zich slecht inleven en de gevolgen van gedrag overzien.
Kenmerken van LVB bij jonge kinderen en bij schoolkinderen. Niet elk kind met een LVB heeft al deze kenmerken, en een kind met een paar van deze kenmerken heeft niet meteen een LVB.

Wat is de oorzaak van een LVB?

Een LVB heeft niet één oorzaak. Bij een licht verstandelijke beperking blijft de oorzaak vaak onbekend, ook na uitgebreid onderzoek. Hoe ernstiger de beperking, hoe vaker artsen wel een duidelijke oorzaak vinden. Bekende oorzaken zijn:

  • Erfelijke en genetische oorzaken, zoals het syndroom van Down, het fragiele-X-syndroom en het 22q11-deletiesyndroom. Kinderen met het syndroom van Down hebben meestal een lichte tot matige verstandelijke beperking.
  • Oorzaken tijdens de zwangerschap, zoals alcoholgebruik (FASD), een infectie zoals het cytomegalovirus of problemen met de placenta.
  • Oorzaken rond de geboorte, zoals een grote vroeggeboorte of zuurstoftekort.
  • Oorzaken na de geboorte, zoals hersenvliesontsteking, hersenletsel of ernstige verwaarlozing.
  • Bij zwakbegaafdheid speelt vaak een combinatie van erfelijke aanleg en omgeving mee.

LVB, autisme en ADHD

Is autisme een verstandelijke beperking? Nee. Autisme is een ontwikkelingsstoornis in de sociale communicatie en interactie, met beperkte, herhaalde patronen in gedrag en interesses. Kinderen met autisme kunnen elk IQ hebben, van een verstandelijke beperking tot hoogbegaafd.

Wel komen autisme en een verstandelijke beperking vaak samen voor. Een deel van de kinderen met autisme heeft ook een LVB, en bij kinderen met een LVB komt autisme vaker voor dan gemiddeld. ADHD, angst en gedragsproblemen zie je ook vaker. Dat maakt de diagnose lastig: is een kind druk door ADHD, of omdat de opdracht te moeilijk is? Een goede diagnostiek kijkt daarom altijd naar het hele kind.

Bij een kind met autisme en een LVB werken dezelfde dingen vaak extra goed: voorspelbaarheid, visuele ondersteuning, korte instructies en veel herhaling in kleine stappen.

Hoe wordt LVB vastgesteld?

Een LVB wordt vastgesteld door een orthopedagoog of psycholoog, vaak samen met een kinderarts of een arts voor verstandelijk gehandicapten (AVG). Het onderzoek bestaat uit drie delen.

  1. 1IntelligentieonderzoekEen intelligentietest zoals de WISC-V-NL voor schoolkinderen of de WPPSI-IV-NL en SON-R voor jonge kinderen. De SON-R meet zonder taal, wat helpt bij kinderen die weinig praten of meertalig opgroeien.
  2. 2Adaptief functionerenMet een vragenlijst of interview, bijvoorbeeld de Vineland, vraag je ouders en leerkrachten hoe het kind zich redt in communicatie, dagelijkse vaardigheden en sociaal contact.
  3. 3De ontwikkeling en het hele kindDe onderzoeker kijkt naar de voorgeschiedenis, gehoor en zicht, de thuissituatie, en of er ook autisme, ADHD of een taalontwikkelingsstoornis meespeelt. Soms volgt genetisch onderzoek via de kinderarts.

Hoe help je een kind met een LVB? 8 tips

Kinderen met een LVB leren wel, maar langzamer en met meer steun. Met deze aanpak sluit je beter aan, thuis, op de groep en in de klas.

  1. 1Gebruik korte zinnenEén boodschap per zin. Zeg “Pak je jas” en wacht, in plaats van “Pak je jas en je tas, dan gaan we zo naar oma”. Vermijd woorden als straks, misschien en eventjes.
  2. 2Maak het zichtbaarGebruik pictogrammen, een dagritme of een eerst-dan-kaart. Een plaatje blijft staan, een zin is meteen weg.
  3. 3Doe het voorLaat zien wat je bedoelt in plaats van het uit te leggen. Doe het samen, en laat het kind het daarna zelf doen.
  4. 4Herhaal, en herhaal nog eensOefen kort en vaak, elke dag een paar minuten. Gebruik steeds dezelfde woorden en dezelfde volgorde.
  5. 5Check of het begrepen isVraag niet “Snap je het?”, want dan zegt een kind vaak ja. Vraag “Wat ga je nu doen?” of laat het kind het voordoen.
  6. 6Maak stappen kleinDeel een taak op in kleine stapjes en vier elke stap die lukt. Kleine successen houden een kind gemotiveerd.
  7. 7Oefen op verschillende plekkenWat op de groep lukt, lukt thuis niet vanzelf. Oefen dezelfde vaardigheid met ander materiaal, bij andere mensen en op andere plekken.
  8. 8Zorg voor voorspelbaarheidVaste tijden, vaste plekken en een vaste volgorde geven rust. Bereid veranderingen van tevoren voor, met een plaatje of een kort verhaaltje.
Zo maak je een dagritme met pictogrammen

Ondersteuning bij LVB in Nederland en Vlaanderen

In Nederland vraag je hulp voor een kind met een LVB meestal aan bij de gemeente, via de Jeugdwet. Het wijkteam of de jeugdarts kan meedenken, en de huisarts, jeugdarts of medisch specialist kan doorverwijzen. Heeft een kind blijvend de hele dag toezicht of zorg in de buurt nodig, dan kan de zorg via de Wet langdurige zorg (Wlz) lopen.

Voor jonge kinderen zijn er het medisch kinderdagcentrum (MKD) en het kinderdagcentrum (KDC). Schoolgaande kinderen gaan naar het regulier onderwijs met extra ondersteuning, het speciaal basisonderwijs (SBO) of het speciaal onderwijs, zoals een ZML-school in cluster 3. Voor het speciaal onderwijs is een toelaatbaarheidsverklaring van het samenwerkingsverband nodig.

In Vlaanderen begeleidt het CLB de schoolkeuze. In het buitengewoon onderwijs is type 2 er voor kinderen met een verstandelijke beperking. Het basisaanbod is er voor kinderen voor wie het gewone leerplan, ook met aanpassingen, niet haalbaar is. Voor ondersteuning thuis of in een voorziening kun je terecht bij het VAPH, onder meer via een thuisbegeleidingsdienst of een multifunctioneel centrum (MFC). Een deel van die hulp is rechtstreeks toegankelijk, zonder aanvraag bij het VAPH.

Meer over het medisch kinderdagcentrum en Integrale Vroeghulp

Oefenen met SuperChild

Elke dag oefenen in kleine stappen, met SuperChild

Kinderen met een LVB hebben veel herhaling nodig, met steeds dezelfde instructie. Op een drukke groep lukt dat niet altijd. SuperChild is een tablet-app waarmee jonge kinderen met een LVB, autisme of een ontwikkelingsachterstand zelfstandig oefenen, begeleid door een AI-coach.

De trainingen zijn gebouwd op VB-MAPP en ABLLS-R. Een sessie duurt 5 tot 20 minuten en elke oefening wordt automatisch vastgelegd. SuperChild vervangt jou niet: jij kiest de doelen, houdt het overzicht en stuurt bij.

Plan een demo van 30 minuten
Een kind tikt op een tablet tijdens het oefenen

Veelgestelde vragen

Wat is LVB?
LVB staat voor licht verstandelijke beperking. Het gaat om een IQ van ongeveer 50 tot 70 met daarnaast duidelijke beperkingen in het adaptief functioneren, zoals zich redden in het dagelijks leven en omgaan met anderen. In Nederland vallen ook mensen met een IQ van ongeveer 70 tot 85 met ernstige bijkomende problemen onder LVB.
Hoe herken je een licht verstandelijke beperking?
Een kind met een LVB leert langzamer, heeft veel herhaling nodig, begrijpt lange of abstracte zinnen slecht en heeft moeite met plannen, tijd en sociale situaties. Vaak praat het beter dan het begrijpt, waardoor de omgeving het overschat. Alleen een orthopedagoog of psycholoog kan een LVB vaststellen, met een intelligentieonderzoek en onderzoek naar het adaptief functioneren.
Welk IQ hoort bij LVB?
Bij een licht verstandelijke beperking ligt het IQ tussen ongeveer 50 en 70. In Nederland rekenen we ook mensen die zwakbegaafd zijn (IQ ongeveer 70 tot 85) tot de groep LVB als ze daarnaast ernstige problemen hebben in het dagelijks functioneren. Het IQ alleen beslist nooit: het adaptief functioneren telt minstens zo zwaar.
Is zwakbegaafd hetzelfde als licht verstandelijk beperkt?
Nee. Zwakbegaafd betekent een IQ tussen ongeveer 70 en 85. Volgens de DSM-5 is dat geen verstandelijke beperking. In Nederland krijgen zwakbegaafde kinderen en volwassenen wel vaak LVB-zorg als ze daarnaast flinke problemen hebben, bijvoorbeeld in de sociale redzaamheid. In Vlaanderen valt zwakbegaafdheid niet onder een licht verstandelijke beperking.
Wat is de oorzaak van een LVB?
Vaak blijft de oorzaak onbekend. Bekende oorzaken zijn genetische aandoeningen zoals het syndroom van Down en het fragiele-X-syndroom, alcohol of infecties tijdens de zwangerschap, grote vroeggeboorte of zuurstoftekort bij de geboorte, en hersenletsel of ernstige verwaarlozing na de geboorte.
Hoeveel mensen in Nederland hebben een LVB?
Het Sociaal en Cultureel Planbureau schatte in 2019 dat ruim 1 miljoen mensen in Nederland een IQ tussen 50 en 85 hebben met daarnaast problemen in het dagelijks functioneren. Het Kenniscentrum LVB noemt ongeveer 1,1 miljoen. Het precieze aantal is niet bekend.
Is LVB een psychische stoornis?
Een verstandelijke beperking staat in de DSM-5 als ontwikkelingsstoornis, maar het is geen psychische ziekte die overgaat. Het is een blijvende beperking in het denken en het adaptief functioneren. Wel hebben kinderen en volwassenen met een LVB vaker psychische problemen, zoals angst, somberheid of gedragsproblemen.
Is autisme een verstandelijke beperking?
Nee. Autisme is een ontwikkelingsstoornis in de sociale communicatie en het gedrag. Kinderen met autisme kunnen elk IQ hebben. Wel komen autisme en een verstandelijke beperking vaak samen voor.

Voor professionals

Zie hoe SuperChild past bij jouw doelen.

In een online demo van 30 minuten laten we zien hoe kinderen zelfstandig oefenen en wat jij terugziet.