Visuele ondersteuning

Pictogrammen en dagritme voor kinderen met autisme

Pictogrammen zijn eenvoudige plaatjes die laten zien wat er gaat gebeuren of wat je bedoelt. Met een dagritme van pictogrammen ziet je kind de dag in stappen voor zich, en dat geeft rust. Begin klein: drie of vier kaarten voor één deel van de dag, met plaatjes die je kind herkent.

Bijgewerkt op

Een open bewaardoos vol gelamineerde plaatjeskaarten van fruit, dieren en voorwerpen op een houten keukentafel. Ernaast liggen een lamineerapparaat, een schaar en een paar kaartjes met klittenband.

Wat zijn pictogrammen?

Pictogrammen zijn eenvoudige, vaste plaatjes die één ding betekenen: een voorwerp, een plek, een activiteit of een gevoel. Een tandenborstel betekent tanden poetsen, een bord met bestek betekent eten. Bij kinderen met autisme, LVB of een taalachterstand maken pictogrammen zichtbaar wat er gaat gebeuren, zodat ze minder afhankelijk zijn van gesproken taal.

Je kent pictogrammen van de wc-deur en het station. Voor kinderen werken ze op dezelfde manier: één plaatje, één boodschap. Gesproken taal is vluchtig. Een zin is weg zodra je hem hebt gezegd. Een plaatje blijft hangen, je kind kan er zo vaak naar kijken als het wil.

Pictogrammen gebruik je op drie manieren. Om de dag te laten zien, in een dagritme of dagplanning. Om één handeling in stappen te laten zien, zoals naar de wc gaan of aankleden. En om te communiceren: je kind wijst een plaatje aan om te laten weten wat het wil, voelt of nodig heeft. Ook jonge kinderen zonder diagnose hebben er vaak baat bij.

Waarom helpen pictogrammen bij autisme?

Veel kinderen met autisme hebben moeite met onzekerheid. Ze weten niet goed wat er komt, hoe lang iets duurt of wanneer het klaar is. Dat kan spanning geven, en die spanning komt er soms uit als boosheid, huilen of vastlopen. Een dagritme met pictogrammen maakt de dag voorspelbaar.

Daarnaast verwerken veel kinderen met autisme wat ze zien makkelijker dan wat ze horen. Een gesproken opdracht met drie stappen is snel te veel. Drie plaatjes op een rij kun je in je eigen tempo bekijken. Daarom zijn pictogrammen bij autisme een van de meest gebruikte vormen van visuele ondersteuning, thuis, op school en op het kinderdagcentrum.

  • Je kind ziet wat er nu gebeurt en wat daarna komt.
  • Overgangen worden makkelijker, bijvoorbeeld van spelen naar eten.
  • Je hoeft minder te praten en te herhalen. Je wijst naar de kaart.
  • Je kind krijgt meer grip op de dag en kan meer zelf doen.
  • Veranderingen kun je van tevoren laten zien, zoals een bezoek aan de tandarts.

Voorwerp, foto, tekening of woord: wat past bij jouw kind?

Niet elk kind begrijpt meteen dat een plaatje ergens voor staat. Begin daarom bij wat je kind al herkent, niet bij de leeftijd. Een jong kind of een kind met een lager ontwikkelingsniveau heeft vaak meer aan een echt voorwerp of een foto van de eigen spullen dan aan een getekend pictogram. Je kunt later altijd een stap verder gaan.

Kleurplaatjes zitten tussen een foto en een zwart-wit pictogram in. Ze lijken meer op het echte ding dan een lijntekening, en veel jonge kinderen herkennen ze daardoor sneller. Zwart-witte pictogrammen zijn rustig en goedkoop te printen, en passen goed bij kinderen die tekeningen al begrijpen.

  • Echt voorwerp

    Voorbeeld bij eten
    De eigen lepel of beker
    Wanneer gebruiken
    Als je kind plaatjes nog niet herkent
    Wat je kind al laat zien
    Het herkent bekende spullen en weet waar ze bij horen
  • Foto

    Voorbeeld bij eten
    Een foto van het eigen bord aan tafel
    Wanneer gebruiken
    Als een voorwerp onhandig is om mee te nemen
    Wat je kind al laat zien
    Het wijst bekende mensen en dingen aan op een foto
  • Kleurplaatje

    Voorbeeld bij eten
    Een getekend bord met eten, in kleur
    Wanneer gebruiken
    Als je kind foto’s goed herkent
    Wat je kind al laat zien
    Het herkent dingen in een prentenboek
  • Zwart-wit pictogram

    Voorbeeld bij eten
    Een lijntekening van bord en bestek
    Wanneer gebruiken
    Als je kind tekeningen begrijpt
    Wat je kind al laat zien
    Het begrijpt dat een eenvoudige tekening ergens voor staat
  • Pictogram met woord

    Voorbeeld bij eten
    Tekening met het woord “eten”
    Wanneer gebruiken
    Als je kind letters en woorden gaat zien
    Wat je kind al laat zien
    Het herkent een paar woorden, zoals de eigen naam
  • Geschreven woord

    Voorbeeld bij eten
    Alleen het woord “eten”
    Wanneer gebruiken
    Bij kinderen die lezen
    Wat je kind al laat zien
    Het leest korte woorden zelf
Van concreet naar abstract: welke vorm past wanneer
VormVoorbeeld bij etenWanneer gebruikenWat je kind al laat zien
Echt voorwerpDe eigen lepel of bekerAls je kind plaatjes nog niet herkentHet herkent bekende spullen en weet waar ze bij horen
FotoEen foto van het eigen bord aan tafelAls een voorwerp onhandig is om mee te nemenHet wijst bekende mensen en dingen aan op een foto
KleurplaatjeEen getekend bord met eten, in kleurAls je kind foto’s goed herkentHet herkent dingen in een prentenboek
Zwart-wit pictogramEen lijntekening van bord en bestekAls je kind tekeningen begrijptHet begrijpt dat een eenvoudige tekening ergens voor staat
Pictogram met woordTekening met het woord “eten”Als je kind letters en woorden gaat zienHet herkent een paar woorden, zoals de eigen naam
Geschreven woordAlleen het woord “eten”Bij kinderen die lezenHet leest korte woorden zelf
Van concreet naar abstract: welke vorm past wanneer. Elk kind is anders. Een kind kan voor bekende dingen al een pictogram begrijpen en voor nieuwe dingen nog een foto nodig hebben. Mengen mag.
Een gelamineerde kaart met een foto van een rode appel op een houten tafel, met daarachter een schaal met echte appels, mandarijnen en bananen.
Een foto die lijkt op het echte ding is voor veel kinderen een goede eerste stap.

Pictogrammen per thema

De meeste gezinnen en klassen beginnen niet met een hele dag, maar met één moment dat vaak misgaat. Daarom staan onze gratis pictogrammen in sets per thema. Elke set print je los op A4, in kleur of in zwart-wit.

  • Eten en drinken: ontbijt, lunch, fruit en drinken. Ook handig als keuzekaart aan tafel.
  • Aankleden: een stappenreeks van onderbroek tot jas, met een vel kleren voor de winter.
  • Wc en potjestraining: broek naar beneden, plassen, afvegen, doortrekken, broek omhoog en handen wassen. Hang de reeks naast de wc, op ooghoogte van je kind.
  • Douchen en in bad, en tanden poetsen: elke stap een eigen kaart, zodat je kind ziet wat er nog komt.
  • Opruimen: wat waar hoort, van speelgoed in de doos tot je bord naar de keuken.
  • School en klas: kring, werken, buitenspelen, gym en naar huis. Bruikbaar in groep 1 tot en met 3 en in het speciaal onderwijs.
  • Gevoelens en vragen, en uitjes en vakantie: om te laten zien hoe je je voelt, en om een dag weg voor te bereiden.

Zo maak je een dagritme

Een dagritme hoeft niet de hele dag te beslaan. Begin met het moment dat het lastigst is, bijvoorbeeld de ochtend of het naar bed gaan. Werkt dat, dan breid je langzaam uit.

  1. 1Kies één moment van de dagNeem bijvoorbeeld de ochtend: opstaan, aankleden, ontbijten, tanden poetsen, jas aan.
  2. 2Kies de kaartenMaak of print een kaart per stap. Kies de vorm die je kind herkent: voorwerp, foto of pictogram. Houd het bij drie tot vijf kaarten.
  3. 3Maak de kaarten stevigLamineer de kaarten en plak klittenband op de achterkant. Dan kun je ze verplaatsen en gaan ze lang mee.
  4. 4Hang het dagritme op ooghoogteHang de strook op een vaste plek, op de hoogte van je kind. Van links naar rechts of van boven naar beneden, maar kies één richting en houd die vast.
  5. 5Loop het samen doorWijs de eerste kaart aan en zeg kort wat je gaat doen: “Eerst aankleden.” Ga daarna samen aan de slag.
  6. 6Haal klaar wegIs een stap klaar, dan haalt je kind de kaart weg of draait hem om. Zo ziet het wat er nog komt en wanneer het klaar is.
Gratis dagritme kaarten om te printen

Mijn ochtend

  1. Opstaanklaar
  2. Aankleden
  3. Ontbijten
  4. Tanden poetsen
Een dagritmestrook voor de ochtend. Opstaan is klaar, dus die kaart is omgedraaid of weggehaald.
Een keukentafel vol net gelamineerde plaatjeskaarten van dieren en fruit, met een lamineerapparaat, een schaar, papierresten en vellen met klittenbandrondjes.
Lamineren en klittenband: dan gaan de kaarten maanden mee.

Dagplanning maken: een voorbeeld

Een dagplanning is een dagritme voor de hele dag, vaak verdeeld in ochtend, middag en avond. Je maakt hem zo: kies de vaste momenten van de dag, zet bij elk moment één kaart, en hang de planning op een plek waar je kind vaak langskomt. Houd het overzichtelijk. Meer dan zes tot acht kaarten tegelijk is voor de meeste jonge kinderen te veel. Laat dan alleen het dagdeel zien waar je nu in zit.

Hieronder staat een voorbeeld dagplanning voor een kleuter die naar school of naar een kinderdagcentrum (KDC) gaat. De tijden zijn een richtlijn. Gebruik de momenten die bij jullie dag passen.

Gratis dagplanning en weekschema om te printen
  • 7.15

    Moment
    Opstaan en naar de wc
  • 7.30

    Moment
    Aankleden
  • 7.45

    Moment
    Ontbijten
  • 8.10

    Moment
    Tanden poetsen en jas aan
  • 8.30

    Moment
    Naar school of het KDC
  • 9.00

    Moment
    Kring
  • 9.30

    Moment
    Werken aan tafel
  • 10.15

    Moment
    Fruit eten en drinken
  • 10.30

    Moment
    Buiten spelen
  • 12.00

    Moment
    Lunchen en een rustig moment
  • 15.00

    Moment
    Naar huis en vrij spelen
  • 17.30

    Moment
    Avondeten
  • 18.30

    Moment
    In bad, tanden poetsen en voorlezen
  • 19.15

    Moment
    Naar bed
Voorbeeld dagplanning voor een kleuter of een kind op het KDC
TijdMoment
7.15Opstaan en naar de wc
7.30Aankleden
7.45Ontbijten
8.10Tanden poetsen en jas aan
8.30Naar school of het KDC
9.00Kring
9.30Werken aan tafel
10.15Fruit eten en drinken
10.30Buiten spelen
12.00Lunchen en een rustig moment
15.00Naar huis en vrij spelen
17.30Avondeten
18.30In bad, tanden poetsen en voorlezen
19.15Naar bed
Voorbeeld dagplanning voor een kleuter of een kind op het KDC. Op vrije dagen en in de vakantie valt het vaste ritme van school weg. Juist dan helpt een dagplanning. Een weekschema laat zien welke dag school is en welke niet.

Dagplanning voor thuis en in de klas

Thuis werkt een dagplanning het best op een plek waar je kind vaak langskomt. De keuken of de gang is vaak handig. Voor het naar bed gaan kun je een aparte strook in de badkamer of slaapkamer hangen.

In groep 1 en 2 hangen dagritme kaarten in veel klassen al op het bord. Voor een kind met autisme is dat soms te veel of te snel. Een eigen strook op tafel of in een mapje helpt dan. Ook in groep 3, waar de dag meer uit werkjes bestaat, geeft een eigen dagplanning houvast. In het speciaal onderwijs, het ZML-onderwijs, het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen en op een kinderdagcentrum (KDC) werken veel groepen met een persoonlijke dagplanning per kind.

Gebruik thuis en op school bij voorkeur dezelfde plaatjes. Overleg met de leerkracht of de begeleider welke kaarten zij gebruiken. Dan hoeft je kind maar één taal van plaatjes te leren.

Dagritme kaarten voor school en klas

De eerst-dan-kaart

Is een hele dagplanning nog te veel, begin dan met een eerst-dan-kaart. Op die kaart staan maar twee plaatjes. Links staat wat eerst moet, rechts wat daarna komt. Bijvoorbeeld: eerst schoenen aan, dan naar de speeltuin. Of: eerst tanden poetsen, dan voorlezen.

Zet rechts iets wat je kind graag doet. Zo leert je kind dat na de lastige stap iets fijns komt. Houd je aan de afspraak. Komt het leuke deel niet, dan verliest de kaart zijn betekenis.

Eten, drinken, naar de wc en troost horen nooit aan de dan-kant: die hoeven niet verdiend te worden. Raakt je kind van streek of heeft het pijn, stop dan en help eerst. Maak de eerste stap daarna kleiner.

Eerst schoenen aan, dan naar de speeltuin

Eerst

Schoenen aan

Dan

Speeltuin

Een eerst-dan-kaart. Rechts staat iets wat je kind graag doet.

Sclera, Beta en andere pictogrammen

Er zijn meer bronnen van pictogrammen, en veel scholen en zorgaanbieders werken al met één ervan. In Vlaanderen is Sclera bekend: een grote verzameling zwart-witte pictogrammen die je gratis kunt downloaden. Ook de Beta-pictogrammen worden in Vlaanderen en Nederland veel gebruikt, net als de gratis kleurpictogrammen van ARASAAC. Elke bron heeft eigen gebruiksvoorwaarden.

Welke set je kiest, maakt minder uit dan dat je hem overal hetzelfde gebruikt. Werkt de school of het KDC van je kind met Sclera of Beta? Gebruik die plaatjes dan ook thuis. Onze sets zijn handig als je snel wilt beginnen, of als je kind kleurplaatjes beter herkent.

Veelgemaakte fouten met pictogrammen

Een dagritme werkt niet altijd meteen. Vaak ligt dat niet aan het kind, maar aan kleine dingen in de aanpak.

  • Te veel kaarten tegelijk. Een hele dag op een strook is voor veel kinderen niet te overzien.
  • Plaatjes die je kind niet herkent. Een getekende jas zegt weinig als je kind alleen de eigen jas kent.
  • Het dagritme alleen gebruiken als het misgaat. Gebruik het elke dag, ook op goede dagen.
  • Een verandering niet laten zien. Gaat iets anders dan gepland, wissel dan samen de kaart om.
  • Thuis en school gebruiken verschillende plaatjes voor hetzelfde.
  • De strook hangt te hoog of op een plek waar je kind niet komt.

Afbouwen en generaliseren

Het doel is niet dat je kind altijd een strook aan de muur nodig heeft. Het doel is dat je kind de dag begrijpt en meer zelf kan. Gaat het goed, dan kun je stap voor stap minder hulp geven. Laat je kind bijvoorbeeld zelf de volgende kaart pakken, of gebruik minder kaarten voor een vaste routine.

Generaliseren betekent dat je kind iets ook kan op een andere plek of met een ander persoon. Neem een paar kaarten mee naar oma, de opvang of op vakantie. Laat ook opa of de pedagogisch medewerker de kaarten gebruiken. Pas als het overal lukt, zit het er echt in.

Sommige kinderen hebben hun hele leven baat bij visuele ondersteuning. Dat is geen teken dat het niet werkt. Ook volwassenen gebruiken agenda's en lijstjes. Twijfel je wat bij jouw kind past, vraag het dan aan de jeugdarts, de orthopedagoog of de begeleider van school of het KDC. In Vlaanderen kun je ook terecht bij Kind en Gezin of het CLB.

Oefenen met SuperChild

Na het dagritme: oefenen in kleine stappen

Pictogrammen helpen je kind de dag te begrijpen. SuperChild is iets anders: een app op de tablet waarmee jonge kinderen met autisme, LVB of een ontwikkelingsachterstand zelfstandig oefenen, in korte sessies van 5 tot 20 minuten. Een AI-coach begeleidt het kind, elke oefening wordt automatisch vastgelegd.

SuperChild wordt gebruikt op kinderdagcentra en bij zorgaanbieders, waar de professional het overzicht houdt. SuperChild vervangt de begeleider niet. Het geeft de begeleider meer zicht op wat een kind al kan en waar het nog hulp nodig heeft.

Plan een demo van 30 minuten
Een kind tikt op een tablet tijdens het oefenen

Veelgestelde vragen

Wat zijn pictogrammen?
Pictogrammen zijn eenvoudige, vaste plaatjes van een voorwerp, plek, activiteit of gevoel, zoals een tandenborstel voor tandenpoetsen. Ze maken gesproken taal zichtbaar. Daardoor helpen ze kinderen met autisme, LVB of een taalachterstand om te begrijpen wat er gaat gebeuren.
Waarom werken pictogrammen bij autisme?
Veel kinderen met autisme verwerken wat ze zien makkelijker dan wat ze horen, en hebben moeite met onzekerheid. Pictogrammen blijven staan en laten zien wat er komt. Dat maakt de dag voorspelbaar en overgangen makkelijker.
Is een foto of een pictogram beter?
Dat hangt af van wat je kind herkent. Herkent je kind tekeningen nog niet, begin dan met echte voorwerpen of foto’s van de eigen spullen. Kleurplaatjes zijn vaak een goede tussenstap. Zwart-witte pictogrammen passen bij kinderen die tekeningen al begrijpen.
Vanaf welke leeftijd kun je pictogrammen gebruiken?
Er is geen vaste leeftijd. Het hangt af van wat je kind herkent. Een jong kind of een kind met een lager ontwikkelingsniveau begint vaak met echte voorwerpen of foto's, en gaat later over op getekende pictogrammen.
Hoeveel kaarten zet je op een dagritme?
Begin met drie tot vijf kaarten voor één deel van de dag, bijvoorbeeld de ochtend. Gaat dat goed, dan breid je langzaam uit. Een hele dag in één keer is voor veel kinderen te veel.
Hoe maak je een dagplanning?
Kies de vaste momenten van de dag, zet bij elk moment één kaart en verdeel ze over ochtend, middag en avond. Hang de planning op ooghoogte en laat je kind een kaart weghalen als die stap klaar is. Begin met één dagdeel en breid uit als het lukt.
Wat is een eerst-dan-kaart?
Een eerst-dan-kaart toont maar twee plaatjes: wat eerst moet en wat daarna komt. Rechts staat vaak iets wat je kind graag doet, zoals buiten spelen. Zo leert je kind dat na een lastige stap iets fijns komt.
Waar kan ik gratis pictogrammen downloaden?
Bij ons kun je gratis pictogrammen printen of als pdf opslaan, in sets per thema: van aankleden en de wc tot school, met een dagplanning en beloningskaarten. Sclera en ARASAAC bieden ook gratis pictogrammen aan. Je kunt ook zelf foto's maken van spullen en plekken in huis, vooral als je kind tekeningen nog niet herkent.
Wat doe je als je kind het dagritme niet wil gebruiken?
Kijk eerst of de plaatjes passen bij wat je kind herkent, en of er niet te veel kaarten op staan. Gebruik het dagritme elke dag, ook als het goed gaat, en zet na een lastige stap iets fijns. Lukt het daarna nog niet, vraag dan advies aan de jeugdarts, de orthopedagoog of de begeleider van school.
Moet je pictogrammen later weer afbouwen?
Je kunt de hulp afbouwen als je kind een routine goed kent, bijvoorbeeld met minder kaarten. Sommige kinderen blijven visuele ondersteuning nodig hebben, en dat is prima. Ook volwassenen gebruiken agenda's en lijstjes.

Bronnen en meer lezen

Deze pagina geeft algemene informatie en is geen medisch advies. Twijfel je over de ontwikkeling van je kind? Bespreek het met het consultatiebureau, de jeugdarts, de huisarts of een logopedist.

Voor ouders

Wil je dat je kind ook op de groep of in de klas elke dag zo oefent?

Vertel de begeleiders of de school over SuperChild. In een online demo van 30 minuten laten we zien hoe het werkt.