Wat is een dagritme met pictogrammen?
Een dagritme laat met plaatjes zien wat er vandaag gebeurt, in de goede volgorde. Je kind ziet wat nu komt, wat daarna komt en wanneer iets klaar is. Wat je zegt, is meteen weg. Een plaatje blijft hangen.
Voor veel jonge kinderen met autisme, een licht verstandelijke beperking (LVB) of een ontwikkelingsachterstand zijn de overgangen het moeilijkste deel van de dag. Stoppen met spelen, je jas aan, naar de auto. Een dagritme beantwoordt de vraag “wat gaan we doen?” voordat er spanning ontstaat. Visuele ondersteuning hoort bij de werkwijzen met de meeste onderbouwing voor kinderen met autisme, volgens de grote Amerikaanse NCAEP-review uit 2020.
Thuis heet het vaak een dagritme of dagschema, op school en op het kinderdagcentrum een dagplanning of planbord. Het idee is hetzelfde: de dag in plaatjes, zodat je kind niet hoeft te raden.
Zo maak je een dagritme dat je kind echt gebruikt
Begin kleiner dan je denkt. Eén vast moment van de dag met drie tot vijf stappen leert je kind meer dan een volle dagplanning die het negeert.
- Kies één moment dat elke dag terugkomt, zoals naar de wc gaan, tanden poetsen of de ochtend voor school. Voor deze momenten staan er kant-en-klare reeksen in de maker.
- Hang het dagritme op de plek waar het gebeurt: bij de wc, op de spiegel in de badkamer, naast de voordeur.
- Wijs voor elke stap het plaatje aan en zeg één of twee woorden: “Handen wassen.” Doe de stap daarna samen.
- Is een stap klaar, dan haalt je kind het kaartje eraf en stopt het in een “klaar”-bakje, of draait het om. Print daarvoor de pagina met losse kaartjes.
- Help steeds iets minder. Eerst wijs je aan en zeg je het woord, later wijs je alleen nog, en daarna kijkt je kind zelf op de kaart.
- Herkent je kind een tekening nog niet, gebruik dan foto’s van de echte dingen: jullie wc, de eigen tandenborstel, de deur van school.
Plaatjes, foto’s of de pictogrammen van school?
Gebruik wat je kind herkent. Veel jonge kinderen begrijpen een foto van de eigen beker eerder dan een tekening van een beker. Werkt de school of de groep al met vaste pictogrammen, zoals die van Sclera? Sla die plaatjes dan op en voeg ze toe met “Eigen foto gebruiken”. Zo ziet je kind thuis en op school hetzelfde beeld.
Een dagritme van boven naar beneden past op een deur, een muur of de koelkast, en werkt goed bij meer stappen. Een strook van links naar rechts past op tafel en is handig voor een korte reeks op één plek.
Zijn twee plaatjes al veel voor je kind? Begin dan met een eerst-dan-kaart: één plaatje voor wat eerst komt, één voor wat daarna komt. Gaat dat goed, dan stap je over op een dagritme van drie stappen.