Hoe werkt een beloningssysteem?
Een beloningssysteem maakt zichtbaar dat goed gedrag iets oplevert. Je kind doet iets wat je hebt afgesproken, bijvoorbeeld zelf de jas aantrekken. Het krijgt meteen een sticker, ster of token op een kaart. Is de kaart vol, dan volgt de beloning die jullie samen hebben gekozen.
Een tokensysteem of token board werkt op dezelfde manier. Een token is een fiche, sticker of plaatje met klittenband. Het token zelf is niets waard, maar het staat voor iets wat je kind graag wil. Het idee erachter is eenvoudig: gedrag dat iets fijns oplevert, komt vaker terug.
Een beloningssysteem helpt veel kinderen, ook kinderen zonder diagnose. Voor kinderen met autisme, LVB of een ontwikkelingsachterstand is het vaak extra duidelijk, omdat ze zien hoe ver ze al zijn en wanneer de beloning komt.
Zo maak je een beloningskaart
Je kunt een beloningskaart zelf tekenen of een kant-en-klare kaart printen.
- 1Kies één gedragMaak het concreet en positief. Niet “lief zijn”, maar “aan tafel blijven zitten tot het bord leeg is” of “zelf tanden poetsen”.
- 2Kies het aantal vakjesBegin met drie tot vijf vakjes. Een jong kind of een kind dat net begint, heeft baat bij weinig vakjes. Dan is de beloning snel binnen bereik.
- 3Kies samen de beloningLaat je kind kiezen uit twee of drie dingen die het echt graag wil. Zet een plaatje van de beloning op de kaart, aan het einde van de rij vakjes.
- 4Beloon directGeef de sticker of het token meteen na het gedrag, met een kort compliment: “Goed, jij hebt zelf je jas aan!”
- 5Geef de beloning als de kaart vol isHoud je aan de afspraak, ook als de dag verder niet zo goed ging. Begin daarna met een nieuwe kaart.
Ik werk voor
Welke beloning kies je?
Een beloning werkt alleen als je kind hem echt wil. Wat jij leuk vindt, hoeft je kind niet leuk te vinden. Kijk waar je kind uit zichzelf naar grijpt. Dat zegt vaak het meest. Een beloning hoeft geen speelgoed te zijn of geld te kosten.
- Samen iets doen: een extra boekje voorlezen, samen bellenblazen of naar de speeltuin.
- Een favoriet filmpje of liedje.
- Kiezen wat er vanavond gegeten wordt.
- Een favoriet speeltje dat alleen bij de beloning hoort.
- Bij kinderen met autisme vaak: tijd met een geliefd onderwerp of voorwerp, zoals treinen of een draaiend speeltje.
Klein beginnen
De meest gemaakte fout is te groot beginnen. Een kaart met twintig vakjes voor drie soorten gedrag is voor een jong kind niet te volgen. Begin met één gedrag en een paar vakjes. Zorg dat je kind de eerste dag al een volle kaart haalt. Dan leert het hoe het systeem werkt.
Gaat het goed, dan maak je het stap voor stap moeilijker. Voeg een vakje toe, of vraag wat meer voor een sticker. Gaat het mis, dan ga je een stap terug. Dat is geen falen, dat is aanpassen aan je kind.
Een beloningssysteem voor zindelijkheid en potjestraining
Een beloningskaart met stickers wordt veel gebruikt bij zindelijkheidstraining. Het belangrijkste: beloon het proberen, niet alleen het lukken. Beloon in het begin het zitten op de wc of het potje, ook als er nog niets komt. Daarna beloon je het plassen op de wc zelf. Later beloon je een droge ochtend of middag.
Gebruik een plaatje van de wc op de kaart, zodat je kind ziet waar de sticker voor is. Een vast moment helpt ook, bijvoorbeeld na het opstaan, na het eten en voor het slapen. Hang de kaart in de badkamer, op ooghoogte van je kind, met de stappenreeks voor de wc ernaast.
Kinderen verschillen veel in wanneer ze zindelijk worden. Veel kinderen zijn overdag droog ergens tussen ongeveer 2 en 4 jaar. Bij kinderen met autisme of een ontwikkelingsachterstand duurt het vaak langer, en dat is geen falen.
- Geef een sticker voor elke keer zitten, ook als er niets komt.
- Beloon direct, nog op de wc, met een kort compliment.
- Straf nooit een ongelukje en pak geen stickers terug. Ruim het rustig en zonder veel woorden op.
- Houd de kaart klein: tien vakjes, en een beloning die snel komt.
- Gebruik thuis, op de opvang en op school dezelfde woorden en plaatjes.
Langer droog
- Waar je op let
- De luier is na een dutje of na een uur of twee nog droog.
Merkt het
- Waar je op let
- Je kind laat zien dat het plast of poept, bijvoorbeeld door stil te staan, te wijzen of aan de luier te trekken.
Kan zitten
- Waar je op let
- Je kind kan een paar minuten rustig op het potje of een wc-verkleiner zitten.
Doet mee
- Waar je op let
- Je kind helpt een beetje met de broek omlaag en omhoog, of kijkt mee als anderen naar de wc gaan.
Volgt een korte opdracht
- Waar je op let
- Je kind begrijpt “ga maar zitten” met een gebaar, een plaatje of het echte potje.
| Teken | Waar je op let |
|---|---|
| Langer droog | De luier is na een dutje of na een uur of twee nog droog. |
| Merkt het | Je kind laat zien dat het plast of poept, bijvoorbeeld door stil te staan, te wijzen of aan de luier te trekken. |
| Kan zitten | Je kind kan een paar minuten rustig op het potje of een wc-verkleiner zitten. |
| Doet mee | Je kind helpt een beetje met de broek omlaag en omhoog, of kijkt mee als anderen naar de wc gaan. |
| Volgt een korte opdracht | Je kind begrijpt “ga maar zitten” met een gebaar, een plaatje of het echte potje. |
Een beloningssysteem in de klas
In de klas zie je twee vormen. Bij een groepsbeloning verdient de hele groep samen iets, bijvoorbeeld een knikker in de pot bij elke keer dat iedereen netjes opruimt. Bij een persoonlijke beloningskaart werkt één kind aan een eigen doel.
Voor een kind met autisme in groep 1 of 2 werkt een persoonlijke kaart op tafel vaak beter dan een groepssysteem op het bord. Het kind ziet dan direct wat het zelf heeft verdiend. In het speciaal onderwijs, het ZML-onderwijs, het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen en op een kinderdagcentrum werken begeleiders vaak met een tokensysteem per kind.
Een stickerkaart voor de klas met een kolom namen en een vak per dag combineert beide. Elk kind ziet zijn eigen rij, en de groep spaart samen voor een groepsbeloning als iedereen een paar stickers heeft. Zo verliest niemand iets als een ander een slechte dag heeft.
Werkt de school met een beloningskaart, vraag dan of je thuis hetzelfde kunt doen. Dezelfde plaatjes en dezelfde afspraken maken het voor je kind duidelijker.
Gratis stickerkaart voor de klasWie verdient
- Groepsbeloning
- De hele groep samen
- Persoonlijke kaart
- Eén kind, voor een eigen doel
Goed voor
- Groepsbeloning
- Regels die voor iedereen gelden, zoals opruimen of stil zijn bij de kring
- Persoonlijke kaart
- Een doel dat bij één kind past, zoals blijven zitten tijdens het werken
Let op
- Groepsbeloning
- Een kind kan de schuld krijgen als het niet lukt. Maak het doel haalbaar voor iedereen.
- Persoonlijke kaart
- Andere kinderen vragen soms waarom zij geen kaart hebben. Leg uit dat iedereen iets anders oefent.
Bij autisme
- Groepsbeloning
- Vaak te abstract als enige systeem
- Persoonlijke kaart
- Werkt vaak beter, zeker met plaatjes op tafel
| Verschil | Groepsbeloning | Persoonlijke kaart |
|---|---|---|
| Wie verdient | De hele groep samen | Eén kind, voor een eigen doel |
| Goed voor | Regels die voor iedereen gelden, zoals opruimen of stil zijn bij de kring | Een doel dat bij één kind past, zoals blijven zitten tijdens het werken |
| Let op | Een kind kan de schuld krijgen als het niet lukt. Maak het doel haalbaar voor iedereen. | Andere kinderen vragen soms waarom zij geen kaart hebben. Leg uit dat iedereen iets anders oefent. |
| Bij autisme | Vaak te abstract als enige systeem | Werkt vaak beter, zeker met plaatjes op tafel |
Afbouwen: van kaart naar compliment
Een beloningssysteem is een hulpmiddel voor een tijd. Het doel is dat het gedrag een gewoonte wordt. Gaat het een paar weken goed, dan kun je afbouwen. Maak de kaart langer, geef een token voor elke twee keer of stap over op een beloning aan het einde van de week.
Blijf wel complimenten geven. Een compliment is ook een beloning, en het kost niets. Valt je kind terug, dan pak je de kaart even terug. Dat is normaal, zeker na een vakantie of een verandering thuis.

Valkuilen bij een beloningssysteem
Een beloningssysteem werkt alleen als je kind erop kan vertrouwen. Let op deze valkuilen.
- Stickers afpakken. Wat verdiend is, blijft verdiend. Afpakken maakt de kaart onbetrouwbaar en kan veel boosheid geven.
- De kaart gebruiken als straf. Een beloningssysteem gaat over wat wel goed gaat.
- Te veel doelen tegelijk. Kies één gedrag per kaart.
- Te laat belonen. Een sticker aan het einde van de dag zegt een jong kind weinig.
- Een beloning die je kind niet wil.
- De beloning weglaten als de dag verder slecht ging. Houd je aan de afspraak.

