Woorden op deze plaat
- de zon
- de vogel
- het schaap
- het lammetje
- de kip
- het kuiken
- de tulp
- de vlinder
- de bij
- het nest
- het ei
- de bloesem
- de gieter
- de sloot
- het kikkervisje
- groeien
Vragen per niveau
- 1Aanwijzen · Het kind wijst aan. Zeggen hoeft nog niet.Waar is het lammetje?
- 2Benoemen · Het kind zegt het woord.Wat is dit? (een gieter)
- 3Wie doet wat · Werkwoorden, de stap naar zinnen.Wat doet de jongen bij de sloot? (hij vangt kikkervisjes met een schepnetje)
- 4Welke en hoeveel · Kleuren, tellen, vergelijken.Hoeveel eitjes liggen er in het nest? Hoeveel kuikens lopen er bij de kip?
- 5Wat gebeurt er straks · Vooruit denken.Een lammetje loopt naar het open hek. Wat gebeurt er straks?
- 6Waarom · Verbanden leggen die niet op de plaat staan.Waarom geeft het meisje de plantjes water?
Zo start je het thema lente
De lente draait om dingen die beginnen en groeien. Dat kun je laten zien voordat je de plaat erbij pakt. Zaai samen tuinkers of een boon in een potje en zet het op een plek waar de kinderen het elke dag zien. Na een paar dagen komt er een plantje op, en dan wordt water geven en groeien een echte ervaring.
Ga daarna naar buiten of kijk naar foto’s van een kinderboerderij. Pak dan de praatplaat en zoek samen dezelfde dingen op. Kies voor de eerste week vijf kernwoorden, bijvoorbeeld lammetje, kuiken, tulp, vlinder en gieter.
Vijf spelletjes met de lenteplaat
Deze spelletjes werken in de kring, in een klein groepje en thuis aan tafel. Kies er één of twee per keer, zo blijft het kort en leuk.
- 1Wie hoort bij wie?Zoek de moederdieren en hun jongen op de plaat: het schaap en het lammetje, de kip en het kuiken. Leg daarna losse plaatjes van een koe, een kalf, een eend en een eendje neer en laat het kind de paren maken.
- 2Tel en vergelijkTel de eitjes in het nest en de kuikens bij de kip. Tel daarna de rode en de gele tulpen. Zijn er evenveel? Zo oefen je tellen, kleuren en vergelijken tegelijk.
- 3Van zaadje tot bloemTeken of print drie kaartjes: een zaadje in de grond, een klein plantje en een bloem. Het kind legt ze in de goede volgorde en vertelt erbij met eerst, dan en daarna.
- 4Doe het naFladder als een vlinder, zoem als een bij, huppel als een lammetje en pik als een kip. Werkwoorden blijven beter hangen als kinderen ze met hun lijf doen.
- 5Wat gebeurt er straks?Wijs het lammetje aan dat naar het open hek loopt, of het wolkje met de druppels. Wat gebeurt er straks? Wat moet de boerin doen? Laat elk kind een eigen idee vertellen.
Meer lentewoorden voor je themaweek
Deze woorden passen bij de lente, maar staan niet op de plaat. Laat elk nieuw woord zien met een echt voorwerp, een foto of een prentenboek, en breid pas uit als de kernwoorden zitten.
- Dieren en hun jongen: koe en kalf, paard en veulen, eend en eendje, geit en geitje, kikker en kikkervisje.
- In de tuin: zaadje, wortel, knop, blad, narcis, krokus, madeliefje, regenworm.
- Het weer: bui, regenboog, warm, zonnig, wind.
- Doen: zaaien, planten, water geven, uitkomen, fladderen, zoemen, huppelen.
- Tegenstellingen: groot en klein, jong en oud, nat en droog.
Voor peuters, kleuters, NT2 en kinderen met autisme of LVB
Peuters genieten van de dieren en hun geluiden. Wijs het schaap aan en zeg “Mèèè”, wijs de kip aan en zeg “Tok tok”. Laat de peuter daarna het dier aanwijzen bij het geluid. Kleuters kunnen vertellen wat iedereen op de plaat doet en waarom, en verhalen maken in de goede volgorde.
Bij NT2 helpen de paren van moederdier en jong om woorden aan elkaar te koppelen. Benoem ook de handelingen: water geven, voeren, vangen. Ouders kunnen thuis in hun eigen taal over dezelfde plaat praten.
Voor een kind met autisme of LVB kun je de plaat in stukken aanbieden. Dek alles af behalve de kip en de kuikens, en vraag steeds in dezelfde woorden: “Waar is de kip?” Een knuffeldier of een echte gieter naast de plaat helpt om het woord concreet te maken.
Print gratis dagritmekaarten en een eerst-dan-kaart