Praatplaten

Praatplaat dierentuin: printen, praten en spelen

Een praatplaat over de dierentuin om gratis te printen. Op de plaat spuit een olifant water naar een jongen bij het hek, eet een giraf blaadjes uit een hoge boom en geeft de dierenverzorger de pinguïns vis. Je vindt er de kernwoorden bij en zes vragen, van “Waar is de giraf?” tot “Waarom krijgen de pinguïns vis?”

Bijgewerkt op

Praatplaat dierentuin: een olifant die met zijn slurf een boog water spuit naar een jongen in een gele trui die dicht bij het hek staat, een giraf die blaadjes eet uit een hoge boom, een zebra, een leeuw die slaapt op een rots, een aap die aan een tak slingert, een vijver met drie pinguïns waarvan er één in het water duikt, een dierenverzorger in een groen pak met een emmer vis die een vis naar de pinguïns gooit, twee kinderen die samen op een plattegrond kijken en een moeder die een roze buggy met een baby duwt.
Praatplaat dierentuin. Print hem op A4 liggend, met de vragen erbij.

Woorden op deze plaat

  • de olifant
  • de giraf
  • de leeuw
  • de aap
  • de zebra
  • de pinguïn
  • de vis
  • het water
  • de boom
  • de emmer
  • de buggy
  • de plattegrond
  • de dierenverzorger
  • slapen
  • spuiten
  • duiken

Vragen per niveau

  1. 1Aanwijzen · Het kind wijst aan. Zeggen hoeft nog niet.Waar is de giraf?
  2. 2Benoemen · Het kind zegt het woord.Wat is dit? (een pinguïn)
  3. 3Wie doet wat · Werkwoorden, de stap naar zinnen.Wat doet de leeuw? (hij slaapt op de rots)
  4. 4Welke en hoeveel · Kleuren, tellen, vergelijken.Hoeveel pinguïns zie je? Welke pinguïn duikt in het water?
  5. 5Wat gebeurt er straks · Vooruit denken.De olifant spuit water en de jongen staat dicht bij het hek. Wat gebeurt er straks?
  6. 6Waarom · Verbanden leggen die niet op de plaat staan.Waarom geeft de dierenverzorger de pinguïns vis?

Zo introduceer je het thema dierentuin

Bijna elk kind kent een paar dieren uit de dierentuin, ook als het er nog nooit is geweest. Begin daarom bij wat er al is. Zet een mand met knuffeldieren en plastic dieren in de kring en laat kinderen er één uit pakken. Wie het dier herkent, mag het geluid maken of laten zien hoe het beweegt.

Leg daarna de praatplaat neer en zoek samen dezelfde dieren op. Kies voor de eerste week vijf kernwoorden, bijvoorbeeld olifant, giraf, leeuw, aap en pinguïn. Gaat de klas of het gezin echt naar een dierentuin, gebruik de plaat dan vooraf om te vertellen wat je gaat zien, en achteraf om terug te blikken.

Vijf spelletjes met de dierentuinplaat

Deze spelletjes werken in de kring, in een klein groepje en thuis aan tafel. Begin met het eerste en kies daarna wat past bij het kind en de groep.

  1. 1Doe het dier naWijs een dier aan en beweeg samen zoals dat dier. De olifant stampt en zwaait met zijn slurf, de pinguïn waggelt, de aap slingert en de leeuw ligt stil te slapen. Zo krijgt elk woord een beweging, en dat onthouden veel kinderen makkelijker.
  2. 2Dierenverzorger in de huishoekMaak papieren visjes en doe ze in een emmer. Een kind is de dierenverzorger en voert drie knuffelpinguïns. Tel hardop mee: één vis, twee vissen, drie vissen. Oefen zinnen als “Heb je honger?” en “Hier is je vis.”
  3. 3Wat hoort niet in de dierentuin?Leg plaatjes naast de plaat van een olifant, een zebra, een koe, een kip en een aap. Welke dieren zie je eerder op de kinderboerderij? Zo leren kleuters het verschil tussen wilde dieren en boerderijdieren.
  4. 4Wat gebeurt er straks?Wijs de straal water van de olifant aan en daarna de jongen bij het hek. Wordt hij nat? Wat zegt hij dan? Laat kinderen het nadoen of tekenen hoe het verder gaat. Er is geen fout antwoord.
  5. 5Maak samen een plattegrondDe twee kinderen op de plaat kijken op een plattegrond. Teken met de groep een eigen plattegrond van de dierentuin op een groot vel en plak er plaatjes van de dieren op. Oefen daarna woorden als naast, achter, voor en bij: “De pinguïns wonen naast de leeuw.”

Meer woorden voor je themaweek dierentuin

Deze woorden passen bij de dierentuin, maar staan niet allemaal als kernwoord bij de plaat. Breid pas uit als het kind de kernwoorden aanwijst of zegt, en laat elk nieuw woord zien op de plaat, met een knuffel of in een prentenboek.

  • Lichaamsdelen van dieren: slurf, manen, staart, snavel, vleugel, poot, nek, strepen, vlekken.
  • Meer dieren: nijlpaard, ijsbeer, krokodil, flamingo, kangoeroe, slang, tijger.
  • Doen: voeren, slingeren, waggelen, brullen, zwemmen, eten, kijken.
  • In de dierentuin: het hek, de vijver, de rots, de ingang, het verblijf, de dierenverzorger.
  • Tegenstellingen: groot en klein, lang en kort, snel en langzaam, nat en droog.
Alle praatplaten en de vijf treden van aanwijzen tot vertellen

Voor peuters, kleuters, NT2 en kinderen met autisme of LVB

Peuters blijven bij aanwijzen en benoemen. Kies de grote, duidelijke dieren: de olifant, de giraf en de zebra. Doe er een geluid of gebaar bij. Kleuters kunnen vertellen wat elk dier doet, de pinguïns tellen en bedenken wat er straks met de jongen bij het hek gebeurt.

Bij NT2 helpen de namen van dieren om snel succes te hebben, want kinderen kennen de dieren vaak al in hun eigen taal. Laat ouders thuis over dezelfde plaat praten in hun eigen taal. Dat helpt de taalontwikkeling in beide talen.

Voor een kind met autisme of LVB kan de plaat te druk zijn. Dek dan alles af behalve één dier, bijvoorbeeld de olifant, en vraag steeds in dezelfde woorden: “Waar is de olifant?” Schuif het papier pas verder als dat lukt. Een plastic olifant naast de plaat maakt het woord concreet.

Print gratis dagritmekaarten en een eerst-dan-kaart

Oefenen met SuperChild

Na de dierentuinplaat: dierennamen oefenen op de tablet

Over een praatplaat praat je samen. Voor het herhalen daartussen is er SuperChild: een app op de tablet waarmee jonge kinderen met autisme, LVB of een ontwikkelingsachterstand zelfstandig oefenen met woorden, plaatjes en vragen, in korte sessies van 5 tot 20 minuten, begeleid door een AI-coach.

Jij kiest de doelen, bijvoorbeeld dieren benoemen of tellen tot drie, en ziet wat elk kind heeft geoefend en wat lukte. SuperChild vervangt jou niet. Het zorgt dat woorden als olifant, giraf en pinguïn ook op andere momenten terugkomen.

Plan een demo van 30 minuten
Een kind tikt op een tablet tijdens het oefenen

Veelgestelde vragen

Welke woorden passen bij een praatplaat over de dierentuin?
Op deze plaat staan olifant, giraf, leeuw, aap, zebra, pinguïn, vis, water, boom, emmer, buggy, plattegrond en dierenverzorger, en de werkwoorden slapen, spuiten en duiken. Voor een themaweek kun je uitbreiden met slurf, manen, snavel, voeren en brullen.
Kan ik de praatplaat dierentuin gratis printen?
Ja. Klik op “Print de praatplaat” en kies A4 liggend. Je krijgt twee vellen: de plaat en een vel met de woorden en vragen. Je kunt ook “Opslaan als pdf” kiezen. Een account is niet nodig.
Hoe gebruik je een praatplaat dierentuin bij peuters?
Houd het kort en begin met aanwijzen: “Waar is de olifant?” Benoem daarna zelf wat de peuter aanwijst en maak het geluid of de beweging van het dier. Leg een knuffeldier of plastic dier naast de plaat. Een paar minuten is genoeg.
Wat is het verschil tussen een praatplaat dierentuin en kinderboerderij?
Op een dierentuinplaat staan wilde dieren uit andere landen, zoals de olifant, de giraf en de leeuw. Op een kinderboerderij zie je dieren die bij ons op de boerderij wonen, zoals de koe, de geit en de kip. Het verschil benoemen is een mooie opdracht voor oudere kleuters.
Is de dierentuinplaat geschikt voor kinderen met autisme of LVB?
Ja, als je hem stap voor stap aanbiedt. Dek een deel af, vraag steeds in dezelfde woorden en begin bij een dier dat het kind leuk vindt. Werkt een hele plaat nog niet, begin dan met losse plaatjes van één dier per kaart.

Voor professionals

Zie hoe SuperChild past bij jouw doelen.

In een online demo van 30 minuten laten we zien hoe kinderen zelfstandig oefenen en wat jij terugziet.