Praatplaten

Praatplaat speeltuin: printen, praten en buiten spelen

Een praatplaat over de speeltuin om gratis te printen. Op de plaat glijdt een jongen van de glijbaan, schommelt een meisje hoog en wordt een meisje met een pleister op haar knie getroost. Je vindt er de kernwoorden bij en zes vragen, van “Waar is de glijbaan?” tot “Waarom heeft het meisje een pleister?”

Bijgewerkt op

Praatplaat speeltuin: een jongen die met zijn armen omhoog van een gele glijbaan glijdt, een meisje dat hoog schommelt, een kind dat in een rood klimrek klimt, twee kinderen op een wip, een jongen die in de zandbak graaft met een schep naast een rode emmer, een vrouw op een bank die een huilend meisje met een pleister op haar knie troost en een hond aan de riem houdt, een bal die naar een plas rolt, een boom met drie vogels op een tak, en een wit hek met een houten poort.
Praatplaat speeltuin. Print hem op A4 liggend, met de vragen erbij.

Woorden op deze plaat

  • de bal
  • de hond
  • de boom
  • de vogel
  • de glijbaan
  • de schommel
  • de zandbak
  • de emmer
  • de schep
  • de wip
  • het klimrek
  • de bank
  • de plas
  • de pleister
  • glijden
  • schommelen

Vragen per niveau

  1. 1Aanwijzen · Het kind wijst aan. Zeggen hoeft nog niet.Waar is de glijbaan?
  2. 2Benoemen · Het kind zegt het woord.Wat is dit? (een wip)
  3. 3Wie doet wat · Werkwoorden, de stap naar zinnen.Wat doet de jongen in de zandbak? (hij graaft met een schep)
  4. 4Welke en hoeveel · Kleuren, tellen, vergelijken.Hoeveel vogels zitten er op de tak? Welke kleur heeft de emmer?
  5. 5Wat gebeurt er straks · Vooruit denken.De bal rolt naar de plas. Wat gebeurt er straks?
  6. 6Waarom · Verbanden leggen die niet op de plaat staan.Waarom heeft het meisje op de bank een pleister op haar knie?

Zo introduceer je het thema speeltuin

Elk kind kent de speeltuin. Dat maakt dit thema een goede start, ook voor kinderen die nog weinig Nederlands spreken. Begin buiten: ga met de groep of met je kind naar de speeltuin in de buurt en benoem wat jullie doen terwijl het gebeurt. “Jij glijdt. Ik duw de schommel.” Zo hoort het kind het werkwoord precies op het moment dat het de beweging voelt.

Leg de praatplaat daarna binnen op tafel of in de kring. Zoek samen op wat jullie net hebben gedaan. Kies voor de eerste week vijf kernwoorden, bijvoorbeeld glijbaan, schommel, zandbak, wip en bal. Gebruik ze die week overal: op het plein, in de zandtafel en tijdens het voorlezen.

Vijf spel- en praatactiviteiten met de speeltuinplaat

Deze activiteiten werken in de kring, in een klein groepje en thuis aan tafel. Begin met de eerste en kies daarna wat past bij het kind.

  1. 1Zoekspel: ik zie, ik zieNoem iets op de plaat en laat het kind het aanwijzen. “Ik zie iets geels waar je vanaf glijdt.” Maak het daarna moeilijker met plaatswoorden: “Ik zie een vogel naast de rode vogel.”
  2. 2Doe het naWijs een kind op de plaat aan en doe samen de beweging. Glijden met de armen omhoog, schommelen met de benen vooruit, op en neer gaan als op de wip. Zeg er steeds een korte zin bij: “Ik schommel hoog.”
  3. 3Wat gebeurt er straks?Wijs de bal aan en daarna de plas. Wat gebeurt er als de bal in de plas rolt? Wie haalt hem eruit? Laat kinderen het verhaal verder vertellen of tekenen. Er is geen fout antwoord.
  4. 4Rollenspel: troostenHet meisje op de bank is gevallen. Speel na wat er gebeurde met een pop of knuffel en een echte pleister. Oefen zinnen als “Gaat het?”, “Ik ben gevallen” en “Doet het pijn?” Zo leren kinderen woorden voor gevoelens en voor helpen.
  5. 5Koppel aan echte voorwerpenZet een emmer, een schep en een bal naast de plaat. Laat het kind het echte ding pakken en daarna op de plaat aanwijzen. Voor veel jonge kinderen wordt een woord pas echt duidelijk als ze het voorwerp in handen hebben gehad.

Meer woorden voor je themaweek buiten spelen

Deze woorden passen bij de speeltuin, maar staan niet allemaal als kernwoord bij de plaat. Breid pas uit als het kind de kernwoorden aanwijst of zegt.

  • Speeltoestellen: de draaimolen, de kabelbaan, de duikelstang, de evenwichtsbalk, het speelhuisje.
  • Doen: klimmen, duwen, graven, vallen, troosten, rennen, wachten, om de beurt.
  • Plaatswoorden: op, onder, naast, achter, boven, in, door.
  • Tegenstellingen: hoog en laag, snel en langzaam, nat en droog, op en neer.
  • Gevoelens: blij, bang, pijn, verdrietig, trots.
Alle praatplaten en de vijf treden van aanwijzen tot vertellen

Voor peuters, kleuters, NT2 en kinderen met autisme of LVB

Peuters blijven bij aanwijzen en benoemen. Kies de grote dingen: de glijbaan, de bal, de hond en de boom. Kleuters kunnen vertellen wie wat doet, de vogels tellen en bedenken wat er met de bal gebeurt.

Bij NT2 zijn de werkwoorden glijden, schommelen en klimmen een goede eerste stap, omdat je ze kunt voordoen. Laat ouders thuis over dezelfde plaat praten in hun eigen taal. Dat helpt de taalontwikkeling in beide talen.

Voor een kind met autisme of LVB kan de plaat te druk zijn. Dek alles af behalve de glijbaan en vraag steeds in dezelfde woorden: “Waar is de glijbaan?” Schuif het papier pas verder als dat lukt. Het huilende meisje is een rustig moment om over gevoelens te praten: wat zie je aan haar gezicht?

Print gratis dagritmekaarten en een eerst-dan-kaart

Oefenen met SuperChild

Na de speeltuinplaat: woorden oefenen op de tablet

Over een praatplaat praat je samen. Voor het herhalen daartussen is er SuperChild: een app op de tablet waarmee jonge kinderen met autisme, LVB of een ontwikkelingsachterstand zelfstandig oefenen met woorden, plaatjes en vragen, in korte sessies van 5 tot 20 minuten, begeleid door een AI-coach.

Jij kiest de doelen, bijvoorbeeld voorwerpen benoemen of werkwoorden begrijpen, en ziet wat elk kind heeft geoefend en wat lukte. SuperChild vervangt jou niet. Het zorgt dat woorden als glijbaan, schommel en emmer ook op andere momenten terugkomen.

Plan een demo van 30 minuten
Een kind tikt op een tablet tijdens het oefenen

Veelgestelde vragen

Welke woorden passen bij een praatplaat over de speeltuin?
Op deze plaat staan bal, hond, boom, vogel, glijbaan, schommel, zandbak, emmer, schep, wip, klimrek, bank, plas en pleister, en de werkwoorden glijden en schommelen. Voor een themaweek kun je uitbreiden met klimmen, graven, duwen en plaatswoorden als op, onder en naast.
Kan ik de praatplaat speeltuin gratis printen?
Ja. Klik op “Print de praatplaat” en kies A4 liggend. Je krijgt twee vellen: de plaat en een vel met de woorden en vragen. Je kunt ook “Opslaan als pdf” kiezen. Een account is niet nodig.
Hoe gebruik je een praatplaat speeltuin bij peuters?
Houd het kort en begin met aanwijzen: “Waar is de bal?” Benoem daarna zelf wat de peuter aanwijst en doe de beweging erbij, zoals glijden of schommelen. Leg een echte bal of emmer naast de plaat. Een paar minuten is genoeg.
Hoe oefen je waarom-vragen met de speeltuinplaat?
Begin bij wat het kind kan zien. Wijs eerst de pleister aan en vraag wat het is. Vraag daarna wat er gebeurd is en pas dan waarom ze een pleister heeft. Geef zelf het voorbeeld: “Ze is gevallen, daarom heeft ze een pleister.” Waarom-vragen zijn voor veel jonge kinderen nog moeilijk.
Past de speeltuinplaat bij een thema over buiten spelen?
Ja. De plaat past bij thema’s als buiten spelen, de zomer of mijn buurt. Combineer hem met een echt bezoek aan de speeltuin, zodat de woorden op de plaat en de ervaring buiten bij elkaar komen.

Voor professionals

Zie hoe SuperChild past bij jouw doelen.

In een online demo van 30 minuten laten we zien hoe kinderen zelfstandig oefenen en wat jij terugziet.