Praatplaten

Praatplaat winter: printen, praten en spelen

Een praatplaat over de winter om gratis te printen. Op de plaat gooit een meisje een sneeuwbal naar de sneeuwpop, trekt een jongen een slee en schaatst een kind op de bevroren vijver. Je vindt er de winterwoorden bij en zes vragen, van “Waar is de sneeuwpop?” tot “Waarom hebben alle kinderen wanten aan?”

Bijgewerkt op

Praatplaat winter: een besneeuwd park met vallende sneeuwvlokken, een sneeuwpop met een blauwe muts, een rode sjaal, een wortel als neus en drie knopen, een meisje in een roze jas met paarse wanten dat een sneeuwbal naar de sneeuwpop gooit, een jongen in een blauwe jas die een rode slee trekt met een klein kind erop, een kind in een groene jas dat schaatst op een bevroren vijver, drie vogels bij een voederhuisje, een kale boom met sneeuw op de takken en een man met een muts op een bank met een dampende beker warme chocolademelk en een tweede beker naast zich.
Praatplaat winter. Print hem op A4 liggend, met de vragen erbij.

Woorden op deze plaat

  • de sneeuw
  • de sneeuwpop
  • de muts
  • de sjaal
  • de wanten
  • de sneeuwbal
  • de slee
  • het ijs
  • de vogel
  • het voederhuisje
  • de bank
  • de chocolademelk
  • gooien
  • schaatsen
  • trekken
  • koud

Vragen per niveau

  1. 1Aanwijzen · Het kind wijst aan. Zeggen hoeft nog niet.Waar is de sneeuwpop?
  2. 2Benoemen · Het kind zegt het woord.Wat is dit? (een slee)
  3. 3Wie doet wat · Werkwoorden, de stap naar zinnen.Wat doet het meisje in de roze jas? (ze gooit een sneeuwbal)
  4. 4Welke en hoeveel · Kleuren, tellen, vergelijken.Welke kleur heeft de muts van de sneeuwpop? Hoeveel vogels zie je bij het voederhuisje?
  5. 5Wat gebeurt er straks · Vooruit denken.De sneeuwbal vliegt naar de sneeuwpop. Wat gebeurt er straks?
  6. 6Waarom · Verbanden leggen die niet op de plaat staan.Waarom hebben alle kinderen een muts, een sjaal en wanten aan?

Zo introduceer je het thema winter

In Nederland en Vlaanderen valt er lang niet elke winter sneeuw. Begin daarom met wat je wel kunt laten voelen. Zet een bak met ijsblokjes uit de vriezer op tafel, of schep na een koude nacht wat rijp of sneeuw in een bak. Koud, glad en smelten worden dan echte ervaringen in plaats van losse woorden.

Leg daarna een muts, een sjaal en een paar wanten in een voelzak. Het kind voelt, raadt en trekt het aan. Pak pas dan de praatplaat erbij en zoek samen dezelfde dingen op de plaat. Kies voor de eerste week vijf kernwoorden, bijvoorbeeld sneeuw, sneeuwpop, muts, wanten en slee.

Vijf spelletjes met de winterplaat

Deze spelletjes werken in de kring, in een klein groepje en thuis aan tafel. Begin met het eerste en kies daarna wat bij het kind past.

  1. 1Aankleden voor buitenLeg echte winterkleren neer en wijs op de plaat aan wat een kind aanheeft. Het kind kleedt een pop of zichzelf op dezelfde manier aan: eerst de jas, dan de sjaal, de muts en als laatste de wanten.
  2. 2Tel meeTel samen de vogels bij het voederhuisje en de knopen van de sneeuwpop. Er zijn er telkens drie. Wijs bij elk getal één ding aan, zodat tellen en aanwijzen samen opgaan.
  3. 3Wat hoort niet in de winter?Leg een paar plaatjes naast de plaat: een muts, een ijsje, een zwembroek, een slee en een zonnebril. Het kind kiest wat niet past bij een koude dag en vertelt waarom.
  4. 4Wat gebeurt er straks?Wijs de sneeuwbal aan die naar de sneeuwpop vliegt. Raakt hij de muts, de neus of mist hij? Laat kinderen het straks tekenen of met hun handen nadoen. Er is geen fout antwoord.
  5. 5Warme chocolademelk in de huishoekZet bekers en een kan in de huishoek. Het ene kind schenkt in, het andere blaast omdat het heet is. Oefen zinnen als “Mag ik een beker?” en “Pas op, heet!”

Meer winterwoorden voor je themaweek

Deze woorden passen bij de winter, maar staan niet op de plaat. Breid pas uit als het kind de kernwoorden aanwijst of zegt, en laat elk nieuw woord zien met een echt voorwerp, een foto of een prentenboek.

  • Het weer: vriezen, dooien, glad, ijspegel, rijp, hagel, mist.
  • Kleren: winterjas, handschoenen, laarzen, oorwarmers, trui.
  • Doen: glijden, uitglijden, rollen, bouwen, rillen, blazen.
  • Dieren in de winter: roodborstje, mees, eekhoorn, en de egel die een winterslaap houdt.
  • Tegenstellingen: warm en koud, dik en dun, glad en stroef, hard en zacht.
Alle praatplaten en de vijf treden van aanwijzen tot vertellen

Voor peuters, kleuters, NT2 en kinderen met autisme of LVB

Peuters blijven bij aanwijzen en benoemen. Kies de grote dingen: de sneeuwpop, de slee, de muts. Doe er een gebaar bij, zoals rillen bij koud. Kleuters kunnen vertellen wat elk kind doet en wat er straks gebeurt met de sneeuwbal. Laat ze ook vragen aan elkaar stellen.

Bij NT2 begin je met woorden die kinderen elke dag nodig hebben als ze naar buiten gaan: jas, muts, wanten, koud. Ouders kunnen thuis in hun eigen taal over dezelfde plaat praten, want dat helpt de taalontwikkeling ook.

Voor een kind met autisme of LVB kan de plaat te druk zijn. Dek dan alles af behalve de sneeuwpop, en vraag steeds in dezelfde woorden: “Waar is de muts?” Schuif het papier pas op als dat lukt. Een echte muts naast de plaat maakt het woord concreet.

Print gratis dagritmekaarten en een eerst-dan-kaart

Oefenen met SuperChild

Winterwoorden oefenen tussen de kringmomenten door

Over een praatplaat praat je samen. Voor het herhalen daartussen is er SuperChild: een app op de tablet waarmee jonge kinderen met autisme, LVB of een ontwikkelingsachterstand zelfstandig oefenen met woorden, plaatjes en vragen, in korte sessies van 5 tot 20 minuten, begeleid door een AI-coach.

Jij kiest de doelen, bijvoorbeeld kleding benoemen of tellen tot drie, en ziet wat elk kind heeft geoefend en wat lukte. SuperChild vervangt jou niet. Het zorgt dat woorden als muts, wanten en sneeuw ook op andere momenten terugkomen.

Plan een demo van 30 minuten
Een kind tikt op een tablet tijdens het oefenen

Veelgestelde vragen

Welke woorden passen bij een praatplaat over de winter?
Op deze plaat staan sneeuw, sneeuwpop, muts, sjaal, wanten, sneeuwbal, slee, ijs, vogel, voederhuisje en warme chocolademelk, en de werkwoorden gooien, schaatsen en trekken. Voor een themaweek kun je uitbreiden met vriezen, glad, ijspegel en handschoenen.
Kan ik de praatplaat winter gratis printen?
Ja. Klik op “Print de praatplaat” en kies A4 liggend. Je krijgt twee vellen: de plaat en een vel met de woorden en vragen. Je kunt ook “Opslaan als pdf” kiezen. Een account is niet nodig.
Hoe gebruik je een praatplaat winter bij peuters?
Houd het kort en begin met aanwijzen: “Waar is de sneeuwpop?” Benoem daarna zelf wat de peuter aanwijst. Leg echte winterkleren naast de plaat, zoals een muts en wanten. Een paar minuten is genoeg.
Wat doe je als er buiten geen sneeuw ligt?
Gebruik ijsblokjes uit de vriezer, een bak met koud water of rijp op het gras na een koude nacht. Kinderen voelen dan wat koud en glad betekent. Zo blijft de plaat ook zonder sneeuw dicht bij hun eigen ervaring.
Is de winterplaat geschikt voor kinderen met autisme of LVB?
Ja, als je hem stap voor stap aanbiedt. Dek een deel af, vraag steeds in dezelfde woorden en begin bij iets wat het kind interessant vindt, bijvoorbeeld de slee of de vogels. Werkt een hele plaat nog niet, begin dan met losse plaatjes.

Voor professionals

Zie hoe SuperChild past bij jouw doelen.

In een online demo van 30 minuten laten we zien hoe kinderen zelfstandig oefenen en wat jij terugziet.