Wat is autisme bij kinderen?
Autisme, officieel autismespectrumstoornis (ASS), is een verschil in hoe de hersenen informatie verwerken. Het is aangeboren en blijft je hele leven. Autisme ontstaat vooral door erfelijke factoren. Het komt niet door de opvoeding en niet door vaccinaties.
Volgens de DSM-5, het handboek dat artsen en psychologen gebruiken, heeft een kind met autisme kenmerken op twee gebieden. Die zijn er al vanaf jonge leeftijd en zorgen voor problemen in het dagelijks leven.
Sociale communicatie en interactie
- Wat het betekent
- Moeite met wederkerig contact, met lichaamstaal en met vriendschappen
- Voorbeelden bij jonge kinderen
- Weinig wijzen om iets te laten zien, weinig oogcontact, speelt liever alleen, reageert weinig op de eigen naam
Beperkte, herhalende patronen
- Wat het betekent
- Herhaalde bewegingen of taal, vasthouden aan routines, sterke interesses, anders reageren op prikkels
- Voorbeelden bij jonge kinderen
- Fladderen met de handen, auto’s op een rij zetten, boos bij een andere route, heftig op geluid of kleding
| Gebied | Wat het betekent | Voorbeelden bij jonge kinderen |
|---|---|---|
| Sociale communicatie en interactie | Moeite met wederkerig contact, met lichaamstaal en met vriendschappen | Weinig wijzen om iets te laten zien, weinig oogcontact, speelt liever alleen, reageert weinig op de eigen naam |
| Beperkte, herhalende patronen | Herhaalde bewegingen of taal, vasthouden aan routines, sterke interesses, anders reageren op prikkels | Fladderen met de handen, auto’s op een rij zetten, boos bij een andere route, heftig op geluid of kleding |
Signalen van autisme per leeftijd
Autisme ziet er bij elk kind anders uit, en de signalen veranderen als je kind ouder wordt. Bij jonge kinderen vallen vooral contact en communicatie op. Bij schoolkinderen gaat het meer om vriendschappen, flexibiliteit en overprikkeling.
Eén signaal betekent nog geen autisme. Veel peuters zetten graag dingen op een rij of worden boos bij veranderingen. Het gaat om een patroon dat je in verschillende situaties terugziet, thuis en op de opvang of school.
- 0 tot 2 jaar
- Weinig oogcontact of lachen naar jou
- Reageert weinig op de eigen naam
- Wijst niet om iets te laten zien
- Verliest woorden of gebaren die er al waren
- 2 tot 4 jaar
- Weinig interesse in andere kinderen
- Speelt steeds hetzelfde, zet dingen op een rij
- Herhaalt zinnen (echolalie) of praat nog niet
- Heel boos bij kleine veranderingen
- 4 tot 6 jaar
- Moeite met samen spelen en beurtwisselen
- Neemt taal letterlijk
- Sterke, smalle interesses
- Heftig op geluid, licht, kleding of eten
- Schoolleeftijd
- Moeite met vriendschappen en groepjes
- Snapt grapjes en bedoelingen slecht
- Houdt zich in op school, ontploft thuis
- Raakt snel overprikkeld of uitgeput
0 tot 2 jaar
- Contact en communicatie
- Weinig oogcontact en terug lachen. Reageert weinig op de eigen naam. Wijst niet om iets te laten zien en kijkt niet mee als jij wijst. Weinig brabbelen of gebaren.
- Gedrag, spel en prikkels
- Kijkt lang naar draaiende of glinsterende dingen. Speelt weinig met speelgoed zoals bedoeld. Verliest soms woorden of contact dat er al was.
2 tot 4 jaar
- Contact en communicatie
- Praat laat of herhaalt zinnen (echolalie). Gebruikt jouw hand als gereedschap. Weinig interesse in andere kinderen en weinig doen-alsof-spel.
- Gedrag, spel en prikkels
- Zet dingen op een rij, draait wieltjes rond. Flinke driftbuien bij kleine veranderingen. Heel gevoelig voor geluid, licht, kleding of eten.
4 tot 6 jaar
- Contact en communicatie
- Moeite met samen spelen, beurtwisselen en de spelregels van anderen. Neemt taal letterlijk. Praat vooral over eigen onderwerpen.
- Gedrag, spel en prikkels
- Sterke, smalle interesses. Vaste routines die niet mogen veranderen. Moeite met overgangen, zoals stoppen met spelen.
Schoolleeftijd
- Contact en communicatie
- Moeite met vriendschappen en groepjes. Snapt grapjes, ironie en bedoelingen van anderen slecht.
- Gedrag, spel en prikkels
- Raakt overprikkeld in de klas. Houdt zich in op school en ontploft thuis. Raakt snel uitgeput.
| Leeftijd | Contact en communicatie | Gedrag, spel en prikkels |
|---|---|---|
| 0 tot 2 jaar | Weinig oogcontact en terug lachen. Reageert weinig op de eigen naam. Wijst niet om iets te laten zien en kijkt niet mee als jij wijst. Weinig brabbelen of gebaren. | Kijkt lang naar draaiende of glinsterende dingen. Speelt weinig met speelgoed zoals bedoeld. Verliest soms woorden of contact dat er al was. |
| 2 tot 4 jaar | Praat laat of herhaalt zinnen (echolalie). Gebruikt jouw hand als gereedschap. Weinig interesse in andere kinderen en weinig doen-alsof-spel. | Zet dingen op een rij, draait wieltjes rond. Flinke driftbuien bij kleine veranderingen. Heel gevoelig voor geluid, licht, kleding of eten. |
| 4 tot 6 jaar | Moeite met samen spelen, beurtwisselen en de spelregels van anderen. Neemt taal letterlijk. Praat vooral over eigen onderwerpen. | Sterke, smalle interesses. Vaste routines die niet mogen veranderen. Moeite met overgangen, zoals stoppen met spelen. |
| Schoolleeftijd | Moeite met vriendschappen en groepjes. Snapt grapjes, ironie en bedoelingen van anderen slecht. | Raakt overprikkeld in de klas. Houdt zich in op school en ontploft thuis. Raakt snel uitgeput. |
Autisme bij meisjes
Bij meisjes wordt autisme vaak later of niet herkend. Dat komt niet doordat ze minder last hebben. Veel meisjes kijken goed af hoe andere kinderen zich gedragen en doen dat na. Dat heet camoufleren of maskeren, en het kost veel energie.
Hun interesses vallen ook minder op. Een meisje dat alles weet van paarden of van één tv-serie, lijkt minder bijzonder dan een jongen die alleen over treinen praat. Toch kan de manier waarop ze ermee bezig zijn net zo intens zijn.
- Je dochter is op school rustig en aangepast, en thuis volledig op.
- Ze heeft één vriendin en raakt van slag als die met iemand anders speelt.
- Ze speelt fantasiespel, maar steeds hetzelfde verhaal, met vaste regels die zij bepaalt.
- Ze heeft veel last van geluid, kleding of drukte, of klaagt over buikpijn en hoofdpijn na school.
Autisme, taalachterstand of LVB: wat is het verschil?
Bij jonge kinderen lijken deze drie soms op elkaar. Ze kunnen ook samen voorkomen. Een kind met autisme heeft vaak ook een taalachterstand, en een deel heeft daarnaast een licht of ernstiger verstandelijke beperking.
Het belangrijkste verschil zit in het contact. Een kind met alleen een taalachterstand of LVB zoekt meestal wel contact op een manier die past bij zijn ontwikkelingsniveau: het wijst, kijkt je aan, doet je na en wil iets met je delen. Bij autisme is juist dat wederkerige contact anders, ook vergeleken met kinderen op hetzelfde ontwikkelingsniveau.
Taal
- Autisme
- Vaak later, soms echolalie of praten zonder gesprek
- Taalachterstand
- Later en minder woorden
- LVB
- Later, past bij het algemene niveau
Contact
- Autisme
- Anders: weinig delen, wijzen en wederkerig contact
- Taalachterstand
- Zoekt wel contact, met gebaren en wijzen
- LVB
- Zoekt contact op zijn eigen niveau
Spel en gedrag
- Autisme
- Herhalend spel, sterke interesses, vaste routines
- Taalachterstand
- Speelt passend bij de leeftijd
- LVB
- Speelt op een jonger niveau
Prikkels
- Autisme
- Vaak over- of juist ondergevoelig
- Taalachterstand
- Meestal niet anders
- LVB
- Kan sneller overprikkeld raken
Wie stelt het vast
- Autisme
- Kinderpsychiater of GZ-psycholoog
- Taalachterstand
- Logopedist, Audiologisch Centrum bij TOS
- LVB
- Psycholoog of orthopedagoog, met ontwikkelingsonderzoek
| Kenmerk | Autisme | Taalachterstand | LVB |
|---|---|---|---|
| Taal | Vaak later, soms echolalie of praten zonder gesprek | Later en minder woorden | Later, past bij het algemene niveau |
| Contact | Anders: weinig delen, wijzen en wederkerig contact | Zoekt wel contact, met gebaren en wijzen | Zoekt contact op zijn eigen niveau |
| Spel en gedrag | Herhalend spel, sterke interesses, vaste routines | Speelt passend bij de leeftijd | Speelt op een jonger niveau |
| Prikkels | Vaak over- of juist ondergevoelig | Meestal niet anders | Kan sneller overprikkeld raken |
| Wie stelt het vast | Kinderpsychiater of GZ-psycholoog | Logopedist, Audiologisch Centrum bij TOS | Psycholoog of orthopedagoog, met ontwikkelingsonderzoek |
Hoe gaat een autismediagnose in Nederland?
Je zorgen bespreken is altijd de eerste stap, ook als je twijfelt. Een vroege diagnose betekent vroege hulp, en bij jonge kinderen maakt dat een verschil.
In Nederland stelt een kinder- en jeugdpsychiater, een GZ-psycholoog, een orthopedagoog-generalist of een klinisch psycholoog de diagnose. Dat gebeurt meestal in een team, bij de jeugd-ggz, een ontwikkelingspoli of een centrum voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Je komt daar via een verwijzing van de huisarts, de jeugdarts of het wijkteam van de gemeente.
Het onderzoek bestaat uit gesprekken met jou over de ontwikkeling van je kind, observatie van je kind in spel, vaak met de ADOS-2, en informatie van de opvang of school. Bij jonge kinderen wordt ook gekeken naar gehoor, taal en de algemene ontwikkeling, zodat duidelijk wordt wat er precies speelt.
- 1Je ziet signalenThuis, op de opvang of op het consultatiebureau. Schrijf voorbeelden op en maak eventueel korte filmpjes.
- 2Huisarts, jeugdarts of wijkteamBespreekt je zorgen en verwijst door. Bij jonge kinderen kan Integrale Vroeghulp meekijken.Verwijzing nodig
- 3Onderzoek door een specialistEen kinder- en jeugdpsychiater, GZ-psycholoog of orthopedagoog-generalist. Gesprekken met jou, observatie van je kind en vaak de ADOS-2.
- 4Uitslag en adviesIs het autisme, iets anders of een combinatie? Je krijgt een verslag met wat je kind nodig heeft.
- 5Hulp en begeleidingOuderbegeleiding, logopedie, behandeling bij autisme of een plek op een medisch kinderdagcentrum.
Wat helpt jonge kinderen met autisme?
Er is geen behandeling die autisme weghaalt, en dat is ook niet het doel. Het doel is dat je kind leert communiceren, meedoen en zich redden, en dat het thuis rustiger wordt. Hoe jonger je begint, hoe meer kansen er zijn om te leren.
- 1Integrale Vroeghulp en het MKDIntegrale Vroeghulp brengt bij kinderen tot ongeveer 7 jaar alle hulpverleners samen en maakt één plan. Een medisch kinderdagcentrum biedt behandeling en begeleiding in een kleine groep.
- 2Structuur en voorspelbaarheidVaste volgordes, een vaste plek voor dingen en vooraf vertellen wat er gaat gebeuren. Dat geeft rust en maakt overgangen makkelijker.
- 3Visuele ondersteuningEen dagritme met pictogrammen, een eerst-dan-kaart en keuzekaarten. Veel kinderen met autisme begrijpen wat ze zien beter dan wat ze horen.
- 4Logopedie en ondersteunde communicatieEen logopedist werkt aan begrijpen en communiceren, ook met gebaren, plaatjes of PECS als woorden nog niet lukken.
- 5OuderbegeleidingJe leert hoe je in gewone momenten contact en communicatie uitlokt. Programma’s zoals ESDM en PRT zetten jou als ouder in het midden.
- 6Belonen wat goed gaatEen beloningskaart maakt zichtbaar waar je kind aan werkt. Zo leert het nieuwe vaardigheden met meer plezier, en zie je zelf ook de vooruitgang.
Mijn ochtend
Opstaanklaar
Aankleden
Ontbijten
Tanden poetsen
Hulp en vergoeding in Nederland
Hulp voor kinderen met autisme valt meestal onder de Jeugdwet en wordt geregeld door de gemeente. Het wijkteam of het CJG helpt je op weg en geeft een verwijzing of beschikking. Ook de huisarts en de jeugdarts kunnen doorverwijzen naar jeugdhulp.
Logopedie wordt vergoed uit de basisverzekering. Heeft je kind blijvend veel zorg en toezicht nodig, bijvoorbeeld door autisme met een verstandelijke beperking, dan kan het in aanmerking komen voor de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ beslist daarover.
Zoek ook steun voor jezelf. De Nederlandse Vereniging voor Autisme heeft informatie, lotgenotencontact en een adviesdienst. Ouders die eerder hetzelfde meemaakten, weten vaak precies welke weg werkt in jouw regio.

