Wat is een taalachterstand?
Van een taalachterstand spreek je als een kind duidelijk achterloopt met taal vergeleken met leeftijdgenoten. Dat kan gaan over taalbegrip (wat je kind begrijpt) en over taalproductie (wat je kind zelf zegt). Vaak loopt vooral het praten achter en is het begrip redelijk op niveau.
Een achterstand betekent dat de taal wel op de normale manier groeit, alleen later en langzamer. Veel kinderen halen dat in, zeker als ze veel taal horen en er vroeg hulp komt. Van de peuters die rond 2 jaar opvallend weinig zeggen, de zogenaamde late praters, haalt een groot deel de achterstand op de basisschoolleeftijd in.
Het woord taalachterstand wordt in Nederland ook gebruikt voor kinderen die thuis weinig Nederlands horen en daardoor op school achterlopen in het Nederlands. Dat is een achterstand in één taal. Daarover lees je meer bij de oorzaken.
Bekijk het schema van de normale taalontwikkelingTaalachterstand, spraakachterstand of TOS: het verschil
Deze drie termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze zijn niet hetzelfde. Het verschil bepaalt welke hulp je kind nodig heeft.
Bij een spraakachterstand gaat het om klanken. Je kind weet wat het wil zeggen en maakt goede zinnen, maar is slecht te verstaan. Het zegt bijvoorbeeld op 4 jaar nog “tat” in plaats van “kat”. Een logopedist kan dat meestal goed behandelen. Bij een ernstiger probleem met het plannen van spraakbewegingen spreek je van verbale ontwikkelingsdyspraxie.
Bij een taalachterstand gaat het om woorden en zinnen, zoals hierboven beschreven. Bij TOS gaat het ook om woorden en zinnen, maar het probleem zit in hoe het brein taal verwerkt. Een kind met TOS leert taal moeizaam, terwijl het goed hoort, genoeg taal hoort en geen verstandelijke beperking heeft die het verklaart. TOS is blijvend. Naar schatting gaat het om 5 tot 7 procent van de kinderen, ongeveer één of twee per klas.
- SpraakachterstandKlanken maken. Je kind weet wat het wil zeggen, maar is slecht te verstaan.Bijvoorbeeld: “Tat” voor “kat” of “toel” voor “stoel”, ook na 4 jaar nog.Vaak goed te behandelen met logopedie.
- TaalachterstandWoorden en zinnen. Je kind begrijpt of zegt minder dan leeftijdgenoten.Bijvoorbeeld: Op 2,5 jaar nog geen zinnetjes van twee woorden.Haalt het vaak in, zeker met meer taalaanbod en hulp.
- TOSTaalontwikkelingsstoornis. De taal leert moeizaam, ondanks goed gehoor en genoeg taalaanbod.Bijvoorbeeld: Zinnen blijven kort en rommelig, ook met logopedie.Blijvend, maar je kind gaat met de juiste hulp wel vooruit.
Waar gaat het om?
- Spraakachterstand
- Klanken maken, verstaanbaarheid
- Taalachterstand
- Woorden en zinnen begrijpen en gebruiken
- TOS
- Taal verwerken in het brein
Hoe ziet het eruit?
- Spraakachterstand
- Klanken weglaten of door andere klanken ruilen, ook na de leeftijd waarop dat normaal is
- Taalachterstand
- Weinig woorden, korte zinnen, later dan leeftijdgenoten
- TOS
- Weinig woorden, rommelige zinnen, moeite met begrijpen, vaak ook met spraak
Hoe verloopt het?
- Spraakachterstand
- Meestal goed te behandelen
- Taalachterstand
- Wordt vaak ingehaald
- TOS
- Blijvend, met hulp gaat je kind wel vooruit
Wie stelt het vast?
- Spraakachterstand
- Logopedist
- Taalachterstand
- Consultatiebureau en logopedist
- TOS
- Een team van het Audiologisch Centrum
| Kenmerk | Spraakachterstand | Taalachterstand | TOS |
|---|---|---|---|
| Waar gaat het om? | Klanken maken, verstaanbaarheid | Woorden en zinnen begrijpen en gebruiken | Taal verwerken in het brein |
| Hoe ziet het eruit? | Klanken weglaten of door andere klanken ruilen, ook na de leeftijd waarop dat normaal is | Weinig woorden, korte zinnen, later dan leeftijdgenoten | Weinig woorden, rommelige zinnen, moeite met begrijpen, vaak ook met spraak |
| Hoe verloopt het? | Meestal goed te behandelen | Wordt vaak ingehaald | Blijvend, met hulp gaat je kind wel vooruit |
| Wie stelt het vast? | Logopedist | Consultatiebureau en logopedist | Een team van het Audiologisch Centrum |
Signalen van een taalachterstand
Elk kind heeft een eigen tempo. Wat telt is of je kind steeds nieuwe stapjes zet, en of het taal gebruikt om contact te maken. Deze signalen zijn een reden om het te laten bekijken.
- Rond 12 maanden: je kind brabbelt niet, reageert niet op de eigen naam en wijst of zwaait niet.
- Rond 18 maanden: je kind zegt nog geen enkel woord of begrijpt eenvoudige vragen als “waar is je schoen?” niet.
- Rond 2 jaar: er komen geen nieuwe woorden bij, of je kind zegt er minder dan ongeveer vijftig.
- Rond 2,5 jaar: je kind maakt nog geen zinnetjes van twee woorden, zoals “papa weg”.
- Rond 3 jaar: je kind praat vooral in losse woorden of je verstaat het zelf meestal niet.
- Op elke leeftijd: je kind begrijpt veel minder dan leeftijdgenoten, of je kind raakt gefrustreerd omdat het zich niet verstaanbaar kan maken.
Oorzaken van een taal- of spraakachterstand
Vaak is er niet één oorzaak aan te wijzen. Een taalachterstand komt vaker voor bij jongens en in families waarin meer mensen laat zijn gaan praten of dyslexie hebben. Deze oorzaken worden altijd eerst nagelopen.
Slecht horen
- Wat je ziet
- Reageert wisselend op geluid, zet de tv hard, vaak verkouden of oorontstekingen. Vocht achter het trommelvlies kan het gehoor maandenlang dempen.
- Wat er dan gebeurt
- Gehoortest via de huisarts, KNO-arts of het Audiologisch Centrum. Soms buisjes.
Weinig taalaanbod
- Wat je ziet
- Je kind hoort weinig gesprekken, of hoort Nederlands vooral buiten huis. Loopt achter in het Nederlands, niet in de thuistaal.
- Wat er dan gebeurt
- Meer praten, voorlezen en zingen, en vaak een plek met VVE op de peuteropvang.
TOS
- Wat je ziet
- Taal blijft moeizaam gaan, terwijl het gehoor goed is en je kind genoeg taal hoort.
- Wat er dan gebeurt
- Logopedie en onderzoek door het Audiologisch Centrum.
Autisme
- Wat je ziet
- Naast weinig taal ook weinig wijzen om iets te laten zien, weinig reageren op de eigen naam, echolalie of veel herhalend spel.
- Wat er dan gebeurt
- Onderzoek door een kinderpsychiater of GZ-psycholoog, vaak via Integrale Vroeghulp.
Algemene ontwikkelingsachterstand of LVB
- Wat je ziet
- Je kind loopt ook achter met spelen, zelfredzaamheid en begrijpen.
- Wat er dan gebeurt
- Breder ontwikkelingsonderzoek, vaak via Integrale Vroeghulp.
Problemen met de mond
- Wat je ziet
- Moeite met kauwen, drinken of slikken, veel kwijlen.
- Wat er dan gebeurt
- Een logopedist kijkt naar het mondgedrag, soms een kinderarts.
| Oorzaak | Wat je ziet | Wat er dan gebeurt |
|---|---|---|
| Slecht horen | Reageert wisselend op geluid, zet de tv hard, vaak verkouden of oorontstekingen. Vocht achter het trommelvlies kan het gehoor maandenlang dempen. | Gehoortest via de huisarts, KNO-arts of het Audiologisch Centrum. Soms buisjes. |
| Weinig taalaanbod | Je kind hoort weinig gesprekken, of hoort Nederlands vooral buiten huis. Loopt achter in het Nederlands, niet in de thuistaal. | Meer praten, voorlezen en zingen, en vaak een plek met VVE op de peuteropvang. |
| TOS | Taal blijft moeizaam gaan, terwijl het gehoor goed is en je kind genoeg taal hoort. | Logopedie en onderzoek door het Audiologisch Centrum. |
| Autisme | Naast weinig taal ook weinig wijzen om iets te laten zien, weinig reageren op de eigen naam, echolalie of veel herhalend spel. | Onderzoek door een kinderpsychiater of GZ-psycholoog, vaak via Integrale Vroeghulp. |
| Algemene ontwikkelingsachterstand of LVB | Je kind loopt ook achter met spelen, zelfredzaamheid en begrijpen. | Breder ontwikkelingsonderzoek, vaak via Integrale Vroeghulp. |
| Problemen met de mond | Moeite met kauwen, drinken of slikken, veel kwijlen. | Een logopedist kijkt naar het mondgedrag, soms een kinderarts. |
Meertaligheid is geen oorzaak
Groeit je kind op met twee of meer talen? Dan is dat geen oorzaak van een taalachterstand of TOS. Meertalige kinderen zetten de belangrijke stappen ongeveer op dezelfde leeftijd als eentalige kinderen. Per taal kennen ze soms minder woorden, maar samen opgeteld komen ze meestal op hetzelfde aantal uit.
Stoppen met de thuistaal helpt niet. Praat met je kind in de taal die jij het best en het liefst spreekt. Rijke taal in de thuistaal is een goede basis voor het Nederlands.
Loopt je kind in alle talen achter, ook in de taal die het thuis het meest hoort? Dan is er meer aan de hand dan meertaligheid en is het verstandig om hulp te vragen. Vertel de logopedist welke talen je kind hoort, en hoeveel. Een goede logopedist kijkt naar alle talen samen.
Wat te doen bij een taalachterstand? Het stappenplan
Je hoeft niet te wachten tot je kind het vanzelf inhaalt. Vroege hulp werkt beter dan afwachten, en een onderzoek geeft rust, ook als er niets aan de hand blijkt.
- 1Schrijf op wat je zietWelke woorden zegt je kind, wat begrijpt het, hoe maakt het duidelijk wat het wil? Een lijstje en een kort filmpje zeggen vaak meer dan een gesprek van tien minuten.
- 2Bespreek het met het consultatiebureau of de huisartsDe jeugdarts of jeugdverpleegkundige kijkt naar de hele ontwikkeling en kan doorverwijzen. In Vlaanderen ga je naar Kind en Gezin, de huisarts of de kinderarts.
- 3Laat het gehoor onderzoekenOok als je kind de gehoorscreening na de geboorte heeft gehaald. Het gehoor kan later minder worden, bijvoorbeeld door vocht achter het trommelvlies.
- 4Ga naar een logopedistDat mag zonder verwijzing. Logopedie voor kinderen wordt vergoed uit de basisverzekering, zonder eigen risico. Kijk of de logopedist ervaring heeft met jonge kinderen.
- 5Vraag door als het niet opschietGaat de taal na een periode logopedie nog steeds moeizaam? Vraag dan om onderzoek door het Audiologisch Centrum. Loopt je kind ook op andere gebieden achter, vraag dan naar Integrale Vroeghulp via het CJG of het consultatiebureau.
- 1Consultatiebureau of huisartsJe vertelt wat je ziet. De jeugdarts of verpleegkundige kijkt naar de hele ontwikkeling.
- 2Gehoor laten onderzoekenAltijd als eerste. Vocht achter het trommelvlies is bij peuters een veelvoorkomende oorzaak.Via huisarts of KNO-arts
- 3LogopedistOnderzoekt begrijpen, praten en spraak, en start de behandeling met jou erbij.Zonder verwijzing, vergoed tot 18 jaar
- 4Audiologisch CentrumBij twijfel over het gehoor of een vermoeden van TOS: onderzoek door een team.Met verwijzing
- 5Extra hulp als het nodig isVVE op de peuteropvang, een taalgroep voor kinderen met TOS, of Integrale Vroeghulp als meer dan de taal achterloopt.
Wat doet een logopedist bij een taalachterstand?
De logopedist begint met een onderzoek: een gesprek met jou, kijken naar spelen en praten, en soms een taaltest. Daarna maak je samen een plan met een paar duidelijke doelen, zoals tien nieuwe woorden of zinnetjes van twee woorden.
Bij peuters werkt de logopedist vooral via spel en via jou. Je kijkt mee, je oefent zelf in de behandeling en je krijgt huiswerk dat past in het gewone leven. Veel logopedisten werken met ouderprogramma’s zoals Praten doe je met z’n tweeën (Hanen), waarin je leert hoe je de taal van je kind uitlokt in gewone momenten.
Bij een vermoeden van TOS kan je kind via het Audiologisch Centrum ook naar een behandelgroep voor peuters met TOS, een paar dagdelen per week. Later is er speciaal onderwijs voor kinderen met TOS (cluster 2) of ondersteuning op de gewone basisschool.
Lees meer over logopedie voor kinderenZo oefen je thuis
Het meeste werk gebeurt thuis, in kleine momenten. Vijf minuten per dag gericht oefenen, plus veel praten tijdens het aankleden, eten en spelen, doet meer dan een uur per week.
- Zeg wat je doet en wat je kind doet, in korte zinnen: “Jas aan. Rits omhoog.”
- Wacht. Stel een vraag of begin een liedje, stop en tel in je hoofd tot vijf. Je kind krijgt dan de kans om iets te zeggen.
- Maak het een beetje langer. Zegt je kind “bal”, zeg dan “ja, een grote bal”.
- Verbeter niet, zeg het goed voor. Zegt je kind “tat”, zeg dan “ja, een kat”.
- Laat kiezen: “Wil je appel of banaan?” Je kind hoeft dan maar één woord te zeggen of aan te wijzen.
- Lees elke dag samen een boekje of bekijk een praatplaat. Wijs aan, benoem en laat je kind aanvullen.
- Gebruik gebaren of plaatjes erbij. Dat remt het praten niet, het maakt de stap naar woorden juist kleiner.
Waar is de bal?
Hond
Bal
Appel
Schoenen

