Spraak- en taalontwikkeling

Taalachterstand bij peuters: wat is het en wat kun je doen?

Een kind heeft een taalachterstand als het minder woorden en zinnen begrijpt of gebruikt dan de meeste kinderen van dezelfde leeftijd. Bij een spraakachterstand gaat het om het uitspreken van klanken, bij TOS (taalontwikkelingsstoornis) leert een kind taal blijvend moeizaam, ondanks goed gehoor en genoeg taalaanbod. Laat bij twijfel eerst het gehoor onderzoeken en ga naar het consultatiebureau, de huisarts of direct naar een logopedist.

Bijgewerkt op

Een vader zit aan tafel naast zijn zoontje en praat met veel expressie tegen hem, het kind houdt een hand omhoog bij het gezicht van zijn vader.

Wat is een taalachterstand?

Van een taalachterstand spreek je als een kind duidelijk achterloopt met taal vergeleken met leeftijdgenoten. Dat kan gaan over taalbegrip (wat je kind begrijpt) en over taalproductie (wat je kind zelf zegt). Vaak loopt vooral het praten achter en is het begrip redelijk op niveau.

Een achterstand betekent dat de taal wel op de normale manier groeit, alleen later en langzamer. Veel kinderen halen dat in, zeker als ze veel taal horen en er vroeg hulp komt. Van de peuters die rond 2 jaar opvallend weinig zeggen, de zogenaamde late praters, haalt een groot deel de achterstand op de basisschoolleeftijd in.

Het woord taalachterstand wordt in Nederland ook gebruikt voor kinderen die thuis weinig Nederlands horen en daardoor op school achterlopen in het Nederlands. Dat is een achterstand in één taal. Daarover lees je meer bij de oorzaken.

Bekijk het schema van de normale taalontwikkeling

Taalachterstand, spraakachterstand of TOS: het verschil

Deze drie termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze zijn niet hetzelfde. Het verschil bepaalt welke hulp je kind nodig heeft.

Bij een spraakachterstand gaat het om klanken. Je kind weet wat het wil zeggen en maakt goede zinnen, maar is slecht te verstaan. Het zegt bijvoorbeeld op 4 jaar nog “tat” in plaats van “kat”. Een logopedist kan dat meestal goed behandelen. Bij een ernstiger probleem met het plannen van spraakbewegingen spreek je van verbale ontwikkelingsdyspraxie.

Bij een taalachterstand gaat het om woorden en zinnen, zoals hierboven beschreven. Bij TOS gaat het ook om woorden en zinnen, maar het probleem zit in hoe het brein taal verwerkt. Een kind met TOS leert taal moeizaam, terwijl het goed hoort, genoeg taal hoort en geen verstandelijke beperking heeft die het verklaart. TOS is blijvend. Naar schatting gaat het om 5 tot 7 procent van de kinderen, ongeveer één of twee per klas.

  • SpraakachterstandKlanken maken. Je kind weet wat het wil zeggen, maar is slecht te verstaan.Bijvoorbeeld: “Tat” voor “kat” of “toel” voor “stoel”, ook na 4 jaar nog.Vaak goed te behandelen met logopedie.
  • TaalachterstandWoorden en zinnen. Je kind begrijpt of zegt minder dan leeftijdgenoten.Bijvoorbeeld: Op 2,5 jaar nog geen zinnetjes van twee woorden.Haalt het vaak in, zeker met meer taalaanbod en hulp.
  • TOSTaalontwikkelingsstoornis. De taal leert moeizaam, ondanks goed gehoor en genoeg taalaanbod.Bijvoorbeeld: Zinnen blijven kort en rommelig, ook met logopedie.Blijvend, maar je kind gaat met de juiste hulp wel vooruit.
Drie termen die vaak door elkaar lopen. Een kind kan ook een combinatie hebben, en alleen onderzoek laat zien wat er speelt.
  • Waar gaat het om?

    Spraakachterstand
    Klanken maken, verstaanbaarheid
    Taalachterstand
    Woorden en zinnen begrijpen en gebruiken
    TOS
    Taal verwerken in het brein
  • Hoe ziet het eruit?

    Spraakachterstand
    Klanken weglaten of door andere klanken ruilen, ook na de leeftijd waarop dat normaal is
    Taalachterstand
    Weinig woorden, korte zinnen, later dan leeftijdgenoten
    TOS
    Weinig woorden, rommelige zinnen, moeite met begrijpen, vaak ook met spraak
  • Hoe verloopt het?

    Spraakachterstand
    Meestal goed te behandelen
    Taalachterstand
    Wordt vaak ingehaald
    TOS
    Blijvend, met hulp gaat je kind wel vooruit
  • Wie stelt het vast?

    Spraakachterstand
    Logopedist
    Taalachterstand
    Consultatiebureau en logopedist
    TOS
    Een team van het Audiologisch Centrum
Het verschil tussen spraakachterstand, taalachterstand en TOS
KenmerkSpraakachterstandTaalachterstandTOS
Waar gaat het om?Klanken maken, verstaanbaarheidWoorden en zinnen begrijpen en gebruikenTaal verwerken in het brein
Hoe ziet het eruit?Klanken weglaten of door andere klanken ruilen, ook na de leeftijd waarop dat normaal isWeinig woorden, korte zinnen, later dan leeftijdgenotenWeinig woorden, rommelige zinnen, moeite met begrijpen, vaak ook met spraak
Hoe verloopt het?Meestal goed te behandelenWordt vaak ingehaaldBlijvend, met hulp gaat je kind wel vooruit
Wie stelt het vast?LogopedistConsultatiebureau en logopedistEen team van het Audiologisch Centrum
Het verschil tussen spraakachterstand, taalachterstand en TOS. Bij jonge kinderen is TOS vaak nog een vermoeden. Pas als de taal ondanks logopedie moeizaam blijft gaan, wordt de diagnose duidelijker.

Signalen van een taalachterstand

Elk kind heeft een eigen tempo. Wat telt is of je kind steeds nieuwe stapjes zet, en of het taal gebruikt om contact te maken. Deze signalen zijn een reden om het te laten bekijken.

  • Rond 12 maanden: je kind brabbelt niet, reageert niet op de eigen naam en wijst of zwaait niet.
  • Rond 18 maanden: je kind zegt nog geen enkel woord of begrijpt eenvoudige vragen als “waar is je schoen?” niet.
  • Rond 2 jaar: er komen geen nieuwe woorden bij, of je kind zegt er minder dan ongeveer vijftig.
  • Rond 2,5 jaar: je kind maakt nog geen zinnetjes van twee woorden, zoals “papa weg”.
  • Rond 3 jaar: je kind praat vooral in losse woorden of je verstaat het zelf meestal niet.
  • Op elke leeftijd: je kind begrijpt veel minder dan leeftijdgenoten, of je kind raakt gefrustreerd omdat het zich niet verstaanbaar kan maken.

Oorzaken van een taal- of spraakachterstand

Vaak is er niet één oorzaak aan te wijzen. Een taalachterstand komt vaker voor bij jongens en in families waarin meer mensen laat zijn gaan praten of dyslexie hebben. Deze oorzaken worden altijd eerst nagelopen.

  • Slecht horen

    Wat je ziet
    Reageert wisselend op geluid, zet de tv hard, vaak verkouden of oorontstekingen. Vocht achter het trommelvlies kan het gehoor maandenlang dempen.
    Wat er dan gebeurt
    Gehoortest via de huisarts, KNO-arts of het Audiologisch Centrum. Soms buisjes.
  • Weinig taalaanbod

    Wat je ziet
    Je kind hoort weinig gesprekken, of hoort Nederlands vooral buiten huis. Loopt achter in het Nederlands, niet in de thuistaal.
    Wat er dan gebeurt
    Meer praten, voorlezen en zingen, en vaak een plek met VVE op de peuteropvang.
  • TOS

    Wat je ziet
    Taal blijft moeizaam gaan, terwijl het gehoor goed is en je kind genoeg taal hoort.
    Wat er dan gebeurt
    Logopedie en onderzoek door het Audiologisch Centrum.
  • Autisme

    Wat je ziet
    Naast weinig taal ook weinig wijzen om iets te laten zien, weinig reageren op de eigen naam, echolalie of veel herhalend spel.
    Wat er dan gebeurt
    Onderzoek door een kinderpsychiater of GZ-psycholoog, vaak via Integrale Vroeghulp.
  • Algemene ontwikkelingsachterstand of LVB

    Wat je ziet
    Je kind loopt ook achter met spelen, zelfredzaamheid en begrijpen.
    Wat er dan gebeurt
    Breder ontwikkelingsonderzoek, vaak via Integrale Vroeghulp.
  • Problemen met de mond

    Wat je ziet
    Moeite met kauwen, drinken of slikken, veel kwijlen.
    Wat er dan gebeurt
    Een logopedist kijkt naar het mondgedrag, soms een kinderarts.
Mogelijke oorzaken van een taal- of spraakachterstand en wat je dan ziet
OorzaakWat je zietWat er dan gebeurt
Slecht horenReageert wisselend op geluid, zet de tv hard, vaak verkouden of oorontstekingen. Vocht achter het trommelvlies kan het gehoor maandenlang dempen.Gehoortest via de huisarts, KNO-arts of het Audiologisch Centrum. Soms buisjes.
Weinig taalaanbodJe kind hoort weinig gesprekken, of hoort Nederlands vooral buiten huis. Loopt achter in het Nederlands, niet in de thuistaal.Meer praten, voorlezen en zingen, en vaak een plek met VVE op de peuteropvang.
TOSTaal blijft moeizaam gaan, terwijl het gehoor goed is en je kind genoeg taal hoort.Logopedie en onderzoek door het Audiologisch Centrum.
AutismeNaast weinig taal ook weinig wijzen om iets te laten zien, weinig reageren op de eigen naam, echolalie of veel herhalend spel.Onderzoek door een kinderpsychiater of GZ-psycholoog, vaak via Integrale Vroeghulp.
Algemene ontwikkelingsachterstand of LVBJe kind loopt ook achter met spelen, zelfredzaamheid en begrijpen.Breder ontwikkelingsonderzoek, vaak via Integrale Vroeghulp.
Problemen met de mondMoeite met kauwen, drinken of slikken, veel kwijlen.Een logopedist kijkt naar het mondgedrag, soms een kinderarts.
Mogelijke oorzaken van een taal- of spraakachterstand en wat je dan ziet. Een tablet of tv op de achtergrond is geen oorzaak van TOS of autisme. Het zorgt wel voor minder gesprekjes, en dat remt de taal.

Meertaligheid is geen oorzaak

Groeit je kind op met twee of meer talen? Dan is dat geen oorzaak van een taalachterstand of TOS. Meertalige kinderen zetten de belangrijke stappen ongeveer op dezelfde leeftijd als eentalige kinderen. Per taal kennen ze soms minder woorden, maar samen opgeteld komen ze meestal op hetzelfde aantal uit.

Stoppen met de thuistaal helpt niet. Praat met je kind in de taal die jij het best en het liefst spreekt. Rijke taal in de thuistaal is een goede basis voor het Nederlands.

Loopt je kind in alle talen achter, ook in de taal die het thuis het meest hoort? Dan is er meer aan de hand dan meertaligheid en is het verstandig om hulp te vragen. Vertel de logopedist welke talen je kind hoort, en hoeveel. Een goede logopedist kijkt naar alle talen samen.

Wat te doen bij een taalachterstand? Het stappenplan

Je hoeft niet te wachten tot je kind het vanzelf inhaalt. Vroege hulp werkt beter dan afwachten, en een onderzoek geeft rust, ook als er niets aan de hand blijkt.

  1. 1Schrijf op wat je zietWelke woorden zegt je kind, wat begrijpt het, hoe maakt het duidelijk wat het wil? Een lijstje en een kort filmpje zeggen vaak meer dan een gesprek van tien minuten.
  2. 2Bespreek het met het consultatiebureau of de huisartsDe jeugdarts of jeugdverpleegkundige kijkt naar de hele ontwikkeling en kan doorverwijzen. In Vlaanderen ga je naar Kind en Gezin, de huisarts of de kinderarts.
  3. 3Laat het gehoor onderzoekenOok als je kind de gehoorscreening na de geboorte heeft gehaald. Het gehoor kan later minder worden, bijvoorbeeld door vocht achter het trommelvlies.
  4. 4Ga naar een logopedistDat mag zonder verwijzing. Logopedie voor kinderen wordt vergoed uit de basisverzekering, zonder eigen risico. Kijk of de logopedist ervaring heeft met jonge kinderen.
  5. 5Vraag door als het niet opschietGaat de taal na een periode logopedie nog steeds moeizaam? Vraag dan om onderzoek door het Audiologisch Centrum. Loopt je kind ook op andere gebieden achter, vraag dan naar Integrale Vroeghulp via het CJG of het consultatiebureau.
  1. 1Consultatiebureau of huisartsJe vertelt wat je ziet. De jeugdarts of verpleegkundige kijkt naar de hele ontwikkeling.
  2. 2Gehoor laten onderzoekenAltijd als eerste. Vocht achter het trommelvlies is bij peuters een veelvoorkomende oorzaak.Via huisarts of KNO-arts
  3. 3LogopedistOnderzoekt begrijpen, praten en spraak, en start de behandeling met jou erbij.Zonder verwijzing, vergoed tot 18 jaar
  4. 4Audiologisch CentrumBij twijfel over het gehoor of een vermoeden van TOS: onderzoek door een team.Met verwijzing
  5. 5Extra hulp als het nodig isVVE op de peuteropvang, een taalgroep voor kinderen met TOS, of Integrale Vroeghulp als meer dan de taal achterloopt.
De gewone route in Nederland. Je hoeft niet bij stap 1 te beginnen: een logopedist mag je ook zelf bellen.

Wat doet een logopedist bij een taalachterstand?

De logopedist begint met een onderzoek: een gesprek met jou, kijken naar spelen en praten, en soms een taaltest. Daarna maak je samen een plan met een paar duidelijke doelen, zoals tien nieuwe woorden of zinnetjes van twee woorden.

Bij peuters werkt de logopedist vooral via spel en via jou. Je kijkt mee, je oefent zelf in de behandeling en je krijgt huiswerk dat past in het gewone leven. Veel logopedisten werken met ouderprogramma’s zoals Praten doe je met z’n tweeën (Hanen), waarin je leert hoe je de taal van je kind uitlokt in gewone momenten.

Bij een vermoeden van TOS kan je kind via het Audiologisch Centrum ook naar een behandelgroep voor peuters met TOS, een paar dagdelen per week. Later is er speciaal onderwijs voor kinderen met TOS (cluster 2) of ondersteuning op de gewone basisschool.

Lees meer over logopedie voor kinderen

Zo oefen je thuis

Het meeste werk gebeurt thuis, in kleine momenten. Vijf minuten per dag gericht oefenen, plus veel praten tijdens het aankleden, eten en spelen, doet meer dan een uur per week.

  • Zeg wat je doet en wat je kind doet, in korte zinnen: “Jas aan. Rits omhoog.”
  • Wacht. Stel een vraag of begin een liedje, stop en tel in je hoofd tot vijf. Je kind krijgt dan de kans om iets te zeggen.
  • Maak het een beetje langer. Zegt je kind “bal”, zeg dan “ja, een grote bal”.
  • Verbeter niet, zeg het goed voor. Zegt je kind “tat”, zeg dan “ja, een kat”.
  • Laat kiezen: “Wil je appel of banaan?” Je kind hoeft dan maar één woord te zeggen of aan te wijzen.
  • Lees elke dag samen een boekje of bekijk een praatplaat. Wijs aan, benoem en laat je kind aanvullen.
  • Gebruik gebaren of plaatjes erbij. Dat remt het praten niet, het maakt de stap naar woorden juist kleiner.

Waar is de bal?

  • Hond
  • Bal
  • Appel
  • Schoenen
Woordkaarten om te oefenen: eerst aanwijzen, dan benoemen, dan een zinnetje maken.

Oefenen met SuperChild

Elke dag oefenen, naast de logopedist

SuperChild is een tablet-app voor jonge kinderen met autisme, een LVB of een ontwikkelingsachterstand. Het kind oefent in korte sessies met kleine stappen, zoals woorden begrijpen, plaatjes aanwijzen en benoemen, begeleid door een AI-coach.

Een volwassene kiest de oefening en hoe lang die duurt. Daarna oefen je dezelfde woorden samen in het echte leven, aan tafel en bij het spelen. Zo komen er veel meer oefenmomenten bij dan het ene uur per week bij de logopedist.

SuperChild vervangt de logopedist niet en stelt geen diagnose. De professional kiest de doelen en ziet bij elke oefening wat lukt.

Plan een demo van 30 minuten
Een kind tikt op een tablet tijdens het oefenen

Veelgestelde vragen

Wat is een taalachterstand?
Een kind met een taalachterstand begrijpt of gebruikt minder woorden en zinnen dan de meeste kinderen van dezelfde leeftijd. De taal groeit wel op de normale manier, maar later. Veel kinderen halen het in, zeker met hulp van een logopedist en veel taal thuis.
Wat is het verschil tussen een taalachterstand en TOS?
Bij een taalachterstand loopt de taal achter maar groeit die op de normale manier, en wordt het vaak ingehaald. Bij TOS (taalontwikkelingsstoornis) verwerkt het brein taal anders. De taal blijft dan moeizaam gaan, ook met goed gehoor en genoeg taalaanbod. TOS wordt vastgesteld door het Audiologisch Centrum.
Wat is het verschil tussen een spraakachterstand en een taalachterstand?
Bij een spraakachterstand is je kind slecht te verstaan omdat het klanken nog niet goed maakt, terwijl de woorden en zinnen wel kloppen. Bij een taalachterstand kent je kind te weinig woorden of maakt het te korte zinnen. Een kind kan ook allebei hebben.
Wat zijn oorzaken van een spraakachterstand?
Slecht horen, bijvoorbeeld door vocht achter het trommelvlies, is een belangrijke oorzaak die altijd eerst wordt nagekeken. Andere oorzaken zijn moeite met het plannen van mondbewegingen (dyspraxie), problemen met de mondmotoriek en erfelijkheid. Vaak is er niet één duidelijke oorzaak.
Krijgt mijn kind een taalachterstand door twee talen?
Nee. Meertalige kinderen leren praten ongeveer even snel als eentalige kinderen. Per taal kennen ze soms minder woorden. Loopt je kind in alle talen achter, ook in de thuistaal, dan is dat wel een reden om hulp te vragen.
Moet ik een verwijzing hebben voor de logopedist?
Nee. In Nederland kun je zonder verwijzing naar een logopedist. Logopedie voor kinderen tot 18 jaar wordt vergoed uit de basisverzekering en valt niet onder het eigen risico. Voor het Audiologisch Centrum heb je wel een verwijzing nodig, van de huisarts, jeugdarts of KNO-arts.

Bronnen en meer lezen

Deze pagina geeft algemene informatie en is geen medisch advies. Twijfel je over de ontwikkeling van je kind? Bespreek het met het consultatiebureau, de jeugdarts, de huisarts of een logopedist.

Voor ouders

Wil je dat je kind ook op de groep of in de klas elke dag zo oefent?

Vertel de begeleiders of de school over SuperChild. In een online demo van 30 minuten laten we zien hoe het werkt.